Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Bangkok naar Shanghai (17)

Door Jan: 12/08/16

Als vertel dat ik door China heb gefietst met Chinese vrouwen, dan komen er twee vragen. Hoe was dat? Hoe kwam dat? In die volgorde. Korte terugblik. Op mijn tweede tocht, van Peking naar de Amoer  in 2006, trok ik kort op met een groepje Chinezen. Drie mannen, drie vrouwen. Met een van de dames hield ik contact en in 2013 maakte ik met haar en twee andere “zusters” mijn derde tocht, van Chengdu (Sichuan) naar Jinzhou (Liaoning). Tussen de dames boterde het van lieverlede niet zo en de aardigste van het stel, Claire, kneep er tussen uit. Tot mijn verrassing nam ze via haar dochter Frances later contact met me op en zo maakten we plannen voor mijn vierde fietstocht hier. Claire trommelde drie vriendinnen op, van wie ik er eentje kende en wist ook haar dochter te strikken. Zij, Frances dus, was met haar Engels de communicatieve spil van ons clubje. Bij pauzes onderweg spraken de vrouwen uiteraard Chinees met elkaar en Frances betrok mij bij de gespreksstof, vaak als het woord laowai viel, want dan hadden ze het over mij. Ik had wel de indruk dat ze het interessant vonden zo’n westerse vreemdeling in hun gezelschap te hebben. Frances kende de andere twee vrouwen niet. Omdat ik steeds meer Chinese woorden leerde en met gebarentaal kleine acts opvoerde, ontwikkelde zich iets van een conversatie. Ze moesten vaak lachen om die rare laowai. De verstandhouding bleef prettig, maar werd niet persoonlijk. Dat lag met Frances anders. ’s Avonds gingen we geregeld samen ergens eten. Moeder Claire was zuinig en at op de hotelkamer wat ze ze onderweg had gekocht of van de lunch in een restaurant had overgehouden, maar de dochter wilde ook onder de bemoeizucht van moeders uit, die vond dat Frances te veel at. Dat leidde wel eens tot irritaties. Zij woont dan ook bewust 2000 km van haar moeder vandaan, hier in Suzhou.

Erg Chinees was dat de dames het niet passend vonden als ik ze bijvoorbeeld hielp met het dragen van bagage naar hun hotelkamer. Reden: ik ben de oudste. Banden plakken mocht ik weer wel. Tsja… De tocht die we samen maakten was natuurlijk ook de vakantie van de dames. Dus wilden ze van alles zien en ondernemen. Dat bespraken ze met elkaar. Ik werd pas in het laatste stadium van hun planontwikkeling betrokken. Of ik ook… ? Natuurlijk. Niet lullig doen. Zij weten meer van China dan ik. Ook daarbij speelde Frances met haar elektronische navigatie een belangrijke rol.

In Guilin namen twee vrouwen die ik Monica en Anna had mogen noemen, afscheid. Waarom nu? vroeg ik Frances. Monica’s zoon kocht een treinkaartje voor haar…  (!?)) Ze kwamen beiden uit Jinzhou en trokken samen op. Van Monica was de moeder stervende, hoorde ik later. Claire nam afscheid in Shangsha. Rugklachten, veel lopen door een defecte derailleur, zorg voor haar hoogbejaarde moeder. En zo bleef Frances tot mijn verrassing alleen over. Ik plaag haar met “you are my special tour leader”. Onzin, vindt ze, maar zij kent de weg en hier in Suzhou in het bijzonder. Letterlijk en figuurlijk. De stadspoorten, de tuinen, de bruggen en vaarten passeerden alle de revue.

P1020714 (Large)Zij en haar moeder deelden de zelfde hotelkamer en de dochter liet zich ontvallen dat ze wel prettig vond weer onder moeders vleugels vandaan te zijn. Voor mij brak er een andere tijd aan. Voorheen bungelde ik bij de conversatie er maar een beetje bij. Frances moest nu alle registers opentrekken om met mij te kunnen praten. Daar doet ze aandoenlijk haar best voor. Het is prettig om haar daarbij te helpen. Vaak zegt ze “how to say?” en raadpleegt zo nu en dan haar i-phone om een woord te vinden. Door haar hoor ik hoe moeilijk Engels is. “Hij” en “zij” kent het Chinees niet, de werkwoorden hebben geen tijden, terwijl vele Engelse klinkers een ramp zijn. Clusters van medeklinkers zijn ook een probleem. Dus hoor ik haar zeggen “mostely” of cyceling”. Omgekeerd is zij voor mij informatiebron nummer één. Het viel me pas sinds kort op dat ze het woord dat ik had geleerd voor fiets (“zi xing che”) nooit gebruikte. Nee, wij gebruiken “dan che”. In het verkeer zorgt ze ervoor dat we elkaar niet uit het oog verliezen, al kan ik maar niet wennen aan de Chinese manier van kruispunten nemen. Stoplichten negeren en bij linksaf binnendoor.

Uiteraard hoor ik ook een en ander van haar gewone leven. Haar man heeft een bedrijfje voor verpakkingsmateriaal. Daar is ze nauw bij betrokken. De verpakking moet ook bedrukt worden en dan legt Frances de contacten. Bij aankomst in Suzhou hebben we het bedrijf bezocht. Er ging niet veel om, zou Droogstoppel zeggen. De machines stonden stil. Het is een slappe tijd. Vier vrouwen waren bezig om een plastic ruitje te plakken op doosjes voor beha’s. Aan het einde van de hal lag een berg afval van karton en papier. Hoe dan ook, ruim de gelegenheid om met Frances en haar man te gaan eten. De conversatie was karig. Hij sprak geen Engels, maar deed ook weinig moeite voor een simpel praatje. Wel schonk hij mij telkens bier in en zo bleef het beperkt tot Nijhoffs “lach en stoot glazen […] tegen elkander” met een “gan bei!”

P1020655 (Large)

Het levendige nichtje dat tussen ons in zat zorgde voor enige afleiding. Van het bedrijf naar hun huis was het dertien kilometer. Gisteren heb ik bij hen gegeten. Een jaren ’60 flat.

P1020728 (Large)

Bergruimte in de kelderverdieping, een wat versleten en vervuild trappenhuis, maar een hele aardige woning met een sterk vrouwelijke “touch”.

P1020725 (Large)

Er werd tijdens het eten aan de deur gebeld. Een oudere dame van een lagere etage met iets voor de vergadering van een bewonersvereniging. Volgens mij was ze gewoon nieuwsgierig. Het informatieblad dat ze bracht legde Frances ongeïnteresseerd naast zich neer.

Suzhou, Jiangsu, China, 13 augustus 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (16)

Door Jan: 06/08/16

Dit bericht schrijf ik in Wuxi dat we vandaag 7 augustus na 90 km aan het begin van de middag bereikten. Na deze stad rest nog Suzhou en dan komt Shanghai. Het zit er dus bijna op.

Eerst nog even een stap terug, want het vorige bericht kwam uit Wuhan. Na 600 kilometer fietsen kwamen we op 2 augustus aan in Nanjing. Het is de hoofdstad van de provincie Jiangsu, de laatste voor Shanghai. Onze aandacht was meer gericht op de kilometers in de ochtend, zodat er na het middaguur gelegenheid was voor een siësta. Toch wist reisgenote Frances vaak aardige binnenwegen te vinden langs landerijen en door dorpen en zo kon het gebeuren dat het beton ineens overging in een zandpad dat eindigde bij een snelweg in aanbouw.

P1020529 (Large)

De wegwerkers waren al voor zonsopgang op het tracé bezig. Frances vroeg ze naar de weg en we konden een stuk verder over nieuw asfalt dat bedekt was met reusachtige lakens.

P1020527 (Large)

In China maakt veel van het kleine verkeer gebruik van wegen in aanleg en dat is op vele plaatsen. De infrastructuur van dit land verandert dagelijks. Op de laatste dag voor Nanjing waaide er een verkoelende wind. Het was de voorbode van weersverandering. Op de brug over de Yangstse naar Nanjing kregen we een zware onweersbui over ons heen.

P1020539 (Large)

Bij een van de brugtorens konden we schuilen en dat duurde anderhalf uur.

P1020537 (Large)Het verkeer over de brug stroomde even aanhoudend als de rivier eronder. Ik telde in vijf minuten 30 autobussen. De brug is van 1968 en Frances vertelde dat dit de eerste brug is die de Chinezen zonder buitenlandse hulp hebben gebouwd. Misschien dat ze wel wat buitenlandse hulp kunnen gebruiken, want het wegdek is aan vervanging toe. Probleem is dat veel water in de spoorrillen blijft staan en de fietsers en brommers geregeld op een drukgolf kunnen rekenen. Er waren nogal wat Chinezen op de duozit met een paraplu, maar de grote plens kwam van linksonder. Ook het plaveisel van het fietspad is erbarmelijk en dat terwijl de brug bijna vijf kilometer lang is. Aan de andere kant gingen we op zoek naar een hotel. Voor buitenlanders geen plaats, wist de politie Frances te vertellen. Voor hen waren slechts enkele hotels beschikbaar en uiteraard tegen hogere prijzen.

P1020542 (Large)

Vanuit mijn hotelkamer zag ik een reusachtig vrouwenbeeld dat ten hemel schreit. Het is een moeder met haar dode kind. Het staat voor een modern grijs gebouw waarop in het Engels staat “The Memorial Hall of the Victims in Nanjing Massacre by Japanese Invaders”.

P1020543 (Large)

Over de daders geen misverstand. De hal die ondergronds is, bewaart de herinnering aan de slachtpartij die het Keizerlijke Japanse leger in december 1937 in de stad heeft gehouden. De lijst van gruwelijkheden is lang en weerzinwekkend. Samenvattend: moorden, verminkingen, verkrachtingen en dat allemaal op grote schaal. Het museum, laat ik het toch zo maar noemen, laat alle aspecten ervan zien. Van de aanloop (Japan had in 1931 Mantsoerije bezet) tot en met de tribunalen die de oorlogsmisdadigers ter verantwoording riepen.

P1020545 (Large)

Het museum houdt het aantal slachtoffers in vele talen op 300.000. De  foto’s en documenten zijn voorzien van drietalige teksten. Chinees, Engels en Japans. Een van de schokkendste foto’s vond ik die waarop Chinezen levend werden begraven. Van de soldaten die om de kuil staan hebben er twee hun handen in hun zakken. Net zoals er in Europa Auschwitz ontkenners zijn, kent Japan ook Nanjing ontkenners of mensen die op zijn minst de aantallen slachtoffers in twijfel trekken. In Japan bestaat een voorkeur voor het woord ‘incident’. Nanjing is nog steeds een open zenuw in de Chinees-Japanse betrekkingen. De bewogen geschiedenis van Nanjing beweegt nog steeds. In 2012 bracht een delegatie uit Nanjing een bezoek aan de vriendschapsstad Nagoya in Japan. De burgemeester relativeerde het Japanse optreden in 1937 en bevestigde dat een paar dagen later voor de pers. De vriendschapsband werd door de Chinezen verbroken. En dan is er de kwestie van de excuses. Die zijn wel door Japan uit gesproken, maar in Chinese ogen niet voldoende. Japanners moeten dieper buigen. Ze lieten liever Chinezen buigen om hun hoofd af te hakken om het maar eens cynisch en demagogisch te zeggen.

Nanjing betekent ‘zuidelijke hoofdstad’ en dat is ze voor dynastieën, koninkrijken en de republiek geweest. De stad is voor wie zich interesseert in de Chinese geschiedenis een eldorada.

P1020595 (Large)

Bovendien is het grootste deel van de stadsmuur bewaard gebleven en die heeft niet zoals in Peking, plaats moeten maken voor een rondweg. Mijn laatste bezoek was een het presidentiële paleis. Daar zetelde de eerste president van de voorlopige republiek: Sun Yat Sen. Later was Chang Kai Check aan de beurt. De communisten hebben China van hem “bevrijd” en Chang week uit naar Taiwan. De onderhandelingen voor de machtsoverdracht werden in een van de gebouwen gevoerd.  Net als bij de Verboden Stad in Peking, wandelen de bezoekers over de centrale galerij die de gebouwen verbindt. In de gangen daarvan word je bijna door de opdringerige Chinezen gemangeld, terwijl in zijgebouwen stilte heerst.

Daar was ook een fototentoonstelling met Engelse teksten. Zo zag ik een fiets met een grote zak bankbiljetten aan het stuur die volgens de tekst niet voldoende waren voor een liter rijst. Net als Duitsland heeft China een hollende inflatie gekend. Dat was tussen 1945 en 1949 toen de strijd om de macht tussen Kuomintang en communisten het land verscheurde.

P1020620 (Large) (2)

Terug naar de actualiteit. Morgen en de komende dagen ben ik in Suzhou, de stad waar Frances en haar man wonen. Daarna is het nog een kleine honderd kilometer naar Shanghai, dat ik al op de borden heb zien staan. Nominaal is de stad al bij me.

P1020641 (Large)

Volgens de Chinese maankalender is vandaag de herfst begonnen. Binnenkort hoop ik van het najaar over te stappen op de nazomer.

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (15)

Door Jan: 30/07/16

Eerst wat fietsfeiten. We zijn aangekomen in de provincie Anhui en zitten even ten NW van Anqing. Ik heb er 4300 km op zitten. Over achttien dagen moet ik in Shanghai zijn. Vanwege de hitte slaan we het been al om 05:00 uur over het zadel. Als de roze vingeren der dageraad boven de heuvels uitsteken, is het na een kwartier dag. Het is dan 28 graden en in de middag komen er tien of meer bij. “Feels like 49” zegt het weerbericht. Voordat het zover is, bieden hotelkamers de verlangde koelte. Het warme weer houdt aan.

Er is een gedicht van Marsman (Seine-et-Marne, 1927), waarin een jonge man in de ochtend aan zijn vriend die al buiten staat vraagt “Is de zon wit of grijs?” De uitleg die ik eens hoorde was, dat het op een dag met een witte zon helder was en met een grijze wat nevelig, met veel water in de lucht. Dat voorspelde in het laatste geval een benauwde, plakkerige zweetdag. Een weerman zal aan deze wijsheid weinig hebben, maar ik moet er dagelijks aan denken. Als al vroeg het zweet in mijn handen staat, hebben we een grijze zon boven het hoofd.

Fietsgenote Frances vertelde dat bij veertig graden er een hitteverlet geldt voor buitenwerkers en dat betekent dat velen zich in de schaduw of onder een fan kunnen uitstrekken, terwijl het loont toch wordt uitbetaald. Daar houden werkgevers niet van en met de lagere overheden zijn ze selectief blind voor de thermometer.

Als we in de ochtendschemering door de stad fietsen, zijn de straatvegers al begonnen. Ze hebben oranje werkkleding en hun bezem is een bundeling twijgen. Ze maken kleine hoopjes vuil aan de stoepranden die ze later in hun vuilniswagentje deponeren. Op de ventwegen doen oudere mensen iets wat op jogging lijkt. Flink doorstappen met forse armbewegingen. Mannen met ontbloot bovenlijf. We rijden kleine bakfietsen voorbij waarop fruit of deegwaren liggen om op een straathoek te verkopen. Bij een straathoek zit wel eens een oude vrouw op een krukje haar wereld te bekijken. Van de brommers die ons tegemoet komen of inhalen hebben de meeste de verlichting niet aan. Het overige verkeer bestaat uit vrachtwagens die rammelen en kletteren over de hobbels in het wegdek. Bij kruisingen negeren we de verkeerslichten, zoals de meeste Chinezen dat doen. Een schetterende claxon komt van de vele kleine autobussen die altijd haast hebben. Hier en daar trekt een winkelier met veel geraas het rolluik van zijn zaak op en kijkt de straat in. De Chinese dag is begonnen.

In Wuhan heb je een prachtig uitzicht over de Yangtse vanaf de Gele Kraanvogeltoren.

P1020501 (Large)

Je bent dan in Wuchang en kijkt uit op de twee andere steden die met elkaar sinds 1927 Wuhan zijn gaan heten. Dat “han” kennen we allemaal van de benaming “hanchinezen”, maar het is hier de naam van een rivier die aan de overkant in de Yangtse stroomt. Hankou (foto) betekent monding van de Han. De andere stad is Hanyang.

P1020492 (Large)

We zijn ook eerste brug (1957) opgereden waar Ruben Terlou enkele maanden geleden over berichtte. Een plek voor de laatste wanhoopsdaad.

 

P1020500 (Large)

Nog steeds zijn er oudere mannen die met een clubje de Yangtse overzwemmen, zoals Moa dat ook eens deed. Het kaartje dat je koopt om met de lift naar de straat onder de brug te komen, herinnert daar aan.

P1020502 (Large)

Wuhan telt 10 miljoen inwoners en er komen er nog velen bij. Als je denkt de stad uit te zijn, komen er steeds clusters van nieuwe woontorens in zicht die bij de stad horen. Ons ministerie van onderwijs zat vroeger aan de Nieuwe Uitleg 1. Grappige naam voor zo’n ministerie. Buiten Wuhan fiets je van de ene nieuwe uitleg naar de andere. Brede asfalt boulevards met beplanting, verkeersborden, en -lichten. Er schoot af en toe een hoge snelheidstrein voorbij  over een spoor op hoge poten, terwijl er gewerkt wordt aan een metro. Wij waren het enige verkeer daar. Vervreemding, absurdia in urbania. We zouden stranden: waar de weg onder een snelweg duikt, stond water. We moesten terug voor een omweg van 40 km. Aardige Chinezen die werkten bij een brug boden ons een lift aan en later zelfs een lunch. Amecitia in China.

P1020480 (Large)

Flauwe woordgrap: de meeste Chinezen zitten achter de tralies. De ramen zijn ervan voorzien, vaak met een kooiconstructie waarin de was kan hangen. Ja, zegt Frances, dat is tegen diefstal. En kinderen kunnen niet uit het raam vallen. Voor dat laatste lijken me eenvoudiger voorzieningen denkbaar. Ook ramen van hotelkamers hebben tralies. Als er brand uitbreekt en de vlammen slaan door gangen en trappenhuizen, zit je wel als een rat in de val. Bovendien roken Chinezen vaak. Daar had ze nog niet zo bij stil gestaan.

Een vreemde op de fiets. Hoe vind je zoiets? Een ouder echtpaar passeert me op een scooter. Man kijkt om. Zegt iets tegen zijn vrouw. Zij kijkt om. Scooter stopt aan de kant. Ik kom voorbij. In mijn spiegeltje zie ik dat de scooter even blijft staan en weer optrekt. Ik hoor hem aankomen en blijft gewoon voor me uitkijken. Het stel passeert me heel langzaam. Kijken, kijken… Curiosa in China.

Qianshan, Anhui, China, 29 juli 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (14)

Door Jan: 22/07/16

Ach lieve lezeressen en lezers, ik hem hem gezien die machtige stroom door het Chinese land, de Yangtse. Ik kan nu gerust gaan naar het einde. Van mijn tocht. Op 21 juli om 07.45 spurtte ik een dijk op en daar was-ie dan. De Chang Jiang zoals de Chinezen hem noemen, wat gewoon “lange rivier” betekent, maar die voor ons zo’n bijzondere klank heeft. De Yangtse hebben we 55 km over de dijk gevolgd. Hij is zeer breed. De Waal kan er een paar keer in. Opvallend is hoeveel zeeschepen er varen, zo ver landinwaarts. We hadden een prachtige zomerdag met de wind in de rug en zo zeilden we door de “geweldige ruimte” van het “oneindige laagland” (Marsman). De kennismaking kon niet beter zijn.

P1020468 (Large)

Telkens fietsten we na enkele kilometers langs een blauwe tent. De hoge waterstand maakte dijkbewaking nodig, maar het mooie zomerweer liet wat anders zien dan bewaking. In de tent zaten de bewakers te kaarten, thee te drinken of lagen gewoon op bamboe banken te slapen. We bezorgden een groep van vijf even wat afleiding toen we bij ze stopten. We kregen limonade en een stuk meloen.

P1020473 (Large)

We waren die ochtend vertrokken uit Yueyang dat aan de oostkant van een groot merengebied ligt, dat de naam heeft gegeven aan twee provincies. “Hu” staat voor “meer” en “nan” voor “zuid”. Dus Hunan. Aan de noordkant van de meren ligt Hubei, “bei” betekent “noord”, net als in Beijing. Dat meer heet Dongting en wordt gevoed door vijf rivieren, waarvan de Yangtse de belangrijkste is. In de zomermaanden bereikt het meer zijn grootste omvang. Het hele gebied tussen Changsha en Yueyang is rijk aan wateren en volgens de traditie zweeft nog steeds de geest van een dichter erboven. Die van Qu Yuan aan wie een drakenbootfestival is gewijd. Hij had zich verdronken in de Miluo met een zware steen uit protest tegen onrecht. Dat deed hij in 278 vóór Chr. Nog een bijzonderheid is, dat volgens archeologen de oorsprong van de rijstcultuur zou liggen aan de westzijde van het merengebied.

Het fietsen op de Yangtsedijk deed me meer plezier dan het bezoeken van huizen van bekende Chinezen. Mao ze Dong, Liu Shao Qi, Peng De huai en Yang Kaihui. De laatste was de tweede vrouw van Mao bij wie hij drie  kinderen had. Die hebben niet veel aan hun vader gehad, die meer bezig was met revolutie maken en andere vrouwen. Het huwelijk duurde zeven jaar.

P1020460 (Large)

De nummers twee en drie waren naaste medewerkers van Mao, maar werden op een pijnlijk en vernederend zijspoor gezet toen ze kritiek hadden op de hongersnood die het land tijdens “de grote sprong voorwaarts” teisterde met vele hongerdoden. Aan beiden bewijst het land postume eer en dat is de verdienste van Deng Xiao Ping. Volgens mij viel Mao niet op door een groot empathisch vermogen. Voor hem waren mensen vrienden voor zo ver hij ze kon gebruiken voor zijn machtspositie. Zelfs Zhou en Lai moest eraan geloven, toen Mao hem de medische behandeling onthield die hem een lijdensweg bezorgde in zijn laatste levensjaren. Misschien was Mao een autistisch konijn. Serieuzer is de vraag of hij psychopatische trekken had.

Mijn reisgenote Claire was al drie keer bij het huis van Moa geweest. Ze had als rode gardiste drie jaar lang de culturele revolutie gediend. De rode gardisten die van Mao een blanco volmacht hadden om alles maar te doen wat in hun ogen “revolutionair” was, hebben bij ons een slechte naam. Had Claire zich ook bezig had gehouden met kloosterboeken verbranden en foute mensen publiekelijk vernederen? Omdat ze vanwege rug- en knieklachten naar huis zou gaan, wilde ik de stemming niet verpesten met lastige vragen zo kort voor vertrek. Dus beperkte ik me maar tot de algemene vraag wat ze gedaan had, waarbij ook de taalbarriere niet bevorderlijk was voor de uitwisseling van informatie. Wat ze volgens dochter Frances had gedaan, was aanplakbiljetten met politieke leuzen verspreiden. Hm.

Het geboortehuis van Mao is een waar pelgrimsoord. Het bestaat uit twee werelden. Een toeristisch deel en een gewijd deel. Het eerste is de brede weg van een kleine vijf kilometer van het centrum van Shaoshan. Zeer veel horeca aan beide zijden van de weg. Parkeerplaatsen en busdiensten. Een Mao-museum en een documentatiecentrum. Als de toeristen uitstappen moeten ze een tunneltje door voor het tweede deel. Daar heerst een door de overheid beheerste gewijde landelijkheid die je ook in sprookjes kunt verwachten als je de massa’s mensen even wegdenkt. Om het Mao-huis te bezoeken moet je een kaartje kopen. Dan loop je een heel eind terug en schuifel je in lange lussen naar de man die de toegang tot het huis doseert. Is het dan eindelijk zo ver, dan is het dringen geblazen. De wachttijd is langer dan die van het huisbezoek.

P1020433 (Large)

De woning met verschillende kamers is groter dan een lemen hutje dat je soms nog langs de weg in Hunan ziet staan. Er is nog een tweede huis verderop dat streng wordt bewaakt. Wat daarvan de reden is weet ik niet. Wel herinner ik me van lang geleden een column van Nico Scheepmaker voor de GPD-bladen dat er twee Mao-huizen zouden zijn. Het echte en een replica en dat het publiek in het ongewisse zou blijven welke het echte zou zijn. De verdubbeling moest de enorme stroom belangstellenden sneller kunnen verwerken. Mijn indrukken bevestigen het niet.

Bij de vijf bezoeken die ik aan historische huizen heb gebracht, viel een detail op. Ze hebben kleine binnenplaatsen met een “impluvium” , een vijverachtige regenbak die de klassieke Romeinse villa’s ook hadden. Het wijst ook op een zekere welvaart, want voor een daglonershuisje hoef je dit niet te verwachten. Omdat de boorden van de regenbak overdekt zijn, kun je ook bij regen een luchtje gaan scheppen in je eigen huis. Ze geven vooral als ze wat groter zijn een prachtig ruimtelijk effect.

P1020441 (Large)

Nu ik het over regenwater heb. Onlangs liet RTL een filmpje zien waarin een aardverschuiving in Hunan een rijtje huizen wegvaagde. De oorzaak was oa. de lange en aanhoudende regenval. Daar hebben wij op bescheiden schaal ook kennis mee gemaakt. Op de weg van San Jiang naar het Dong-dorp telde ik over een afstand van 15 km 17 aardverschuivingen, de kleintjes niet meegeteld.

P1020251 (Large)

Rode aarde en rotsblokken die de weg telkens deels blokkeerden. Na forse regen heeft de Chinese waterstaat het maar druk. Toch rijst de vraag of bij de vele afgravingen er voldoende aandacht is voor de stabiliteit van de hellingen die overblijven. Laten de overheden bij de verstrekking van vergunningen ook al een ander soort modder schuiven?

 

 

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (13)

Door Jan: 14/07/16

“Het moet op de dag van de meloenenoogst geweest zijn dat hij Xiao Lan voor het laatst gezien had. Ze leek van de aardbodem verdwenen. Haar ouders, de buren, haar vriendinnen, haar klasgenoten, niemand die wist waar ze was. Iemand sprak het voor hem pijnlijke vermoeden uit dat ze misschien met een meloenenchauffeur naar een aangrenzende provincie was gegaan of nog verder weg.” Zo had een verhaal kunnen beginnen, want de dag van de meloenenoogst markeert de tijd van de Chinese landman.

P1020344 (Large)

Uit de velden kwamen overal kleine vrachtwagens met een hakketak tweetaktmotor de hoofdweg op om hun lading op het verzamelpunt te laten registreren en over te daden op een truck naar Guangdong, Guangxi of Yunnan. Dat overladen gebeurt meloen voor meloen en er staat een rijtje mannen en vrouwen om de bolle vruchten door te geven. Rietmatten, stro en ander materiaal moeten de kwetsbare meloenen  tegen deuken en butsen beschermen.

Mijn fietsvriendinnen zijn gek op meloenen. Die worden op veel plaatsen aan de weg verkocht en bijna dagelijks zetten we wel ergens onze tanden in het roze vruchtvlees en spugen we de pitjes op het wegdek. De dikke schil die overblijft gebruiken de dames na wat snijwerk weer om hun huid te verzorgen. Ze wrijven de binnenkant van de dikke schil over hun gezicht. Ook armen en benen komen aan de beurt.

P1020299 (Large)

Mijn reisgenotes reizen low budget. Als we in een stad aankomen waar we zullen overnachten, kan het wel een  half tot een heel uur duren voor de keuze is gemaakt. De prijzen variëren van 60 tot 80 yuan (8 tot 10 euro). Meestal betaal je er nog een bedrag bovenop als een waarborgsom (yajin), die je de volgende morgen terug krijgt. Omdat we telkens op een vroeg uur vertrekken, lijkt dat een probleem, maar dat is het niet. Er ligt meestal wel iemand in de receptie te slapen en als dat niet zo is dan schreeuwen de dames net zo lang tot iemand met een slaperig hoofd verschijnt, de yajin retourneert en de deuren van het slot doet. De keerzijde van de lage prijs is het gebrekkige sanitair. Een badkamertje waarin je nauwelijks je kont kunt keren, met een hurktoilet waarin je je eindproducten met een emmer moet wegspoelen, terwijl wastafel en douche ook in dat zelfde gat afgevoerd worden. De wasbak die leegloopt spoelt dus ook je voeten. ’s Nachts is het zaak om de badkamerdeur, vaak slecht sluitend, gesloten te houden voor behoud van frisse lucht.

P1020351 (Large)

Nu u toch geuren in uw hoofd heeft, twee zijn vaak dominant in China voor wie op de fiets reist. Die van afval en mest en dan in alle mogelijke varianten. Er is wel een vuilnisdienst, maar er wordt veel langs de weg gedumpt. Open en gebrekkige riolen, zorgen voor de andere luchtjes. Ik vermoed dat Chinezen goed tegen stank kunnen.

In de eerste plaats die we in Hunan aandeden was een bijeenkomst voor een overledene net beëindigd en de stoet zette zich onder hels vuurwerklawaai in beweging. In het midden een vrachtwagen met de kist waar acht mannen omheen zaten en elkaar sigaretten uitdeelden. Voor de vrachtwagen schuifelden de familieleden achterwaarts. Bijna allen vrouwen. Ze droegen witte doeken en die welke het meest door verdriet overmand waren lieten zich telkens op de knieën vallen om door anderen weer overeind geholpen te worden. Achter de vrachtwagen een ander tafereel. Getetter, slagwerk en rood geklede vrouwen die op stokken een draak lieten kronkelen met een lach op hun gezicht. De curve van verdriet liep steil op van achteren naar voren.

P1020336 (Large)

Ik schrijf u vanuit Hengshan, zo’n 100 km ten zuiden van Changsha, de hoofdstad van Hunan. Er zijn hier vele winkels die vuurwerk te koop hebben en als je een hotel hebt dan doe je vuurwerk er als nevenverdienste bij. De gelijknamige berg Heng Shan is een van de vijf heilige bergen van China, voor de boedist en de taoïst. Het hooste punt van berg Heng is bijna 1300 meter en er zijn 72 lagere toppen. Bij de vele tempels kunnen vuurwerk en wierook aangestoken worden en onder veel gebuig en geprevel ontvangen de voorouders de eer die ze verdienen. Vele bezoekers hebben ook passende kleding. Zwart met een rood schort. In de tempel aan de top heb je de snelle en de toegewijde wijze van  eer betonen. Bij de eerste gooi je al het vuurwerk dat je van beneden hebt meegenomen op een groot vuur, je buigt en knipt wat en de klus is geklaard. Voor de tweede methode moet je weer een trap op. Het is op de binnenplaats en in de tempel zelf voor het boedhabeeld vreselijk dringen om een plekje te bemachtigen om te kunnen knielen. Om die knielende schare heen lopen dan weer de toeristen als paparazzi’s met hun camera’s. Er komen ook hele groepen aan als in een processie met zang en rituelen, maar die bovengekomen oplossen in de menigte aanbidders.

P1020388 (Large)

Sinds 10 juli zijn we weer met zijn vijven, want een moeder en haar zoon uit Liuzhou hebben zich bij ons aangesloten. Ik heb vanaf Bangkok nu 3400 km afgelegd. We hopen dat na ons bezoek aan de heilige Heng zonder buigen, bidden en rook onze reis ook voorspoedig zal zijn.

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (12)

Door Jan: 09/07/16

Op vrijdag 8 juli in Guilin afscheid genomen van twee fietsvriendinnen. Ze gaan met de trein naar huis na drie weken fietsen met ons in Guangxi (800 km). Ze wonen in Jinzhou, Liaoning in het noordoosten van China.

P1020303 (Large)

Mooie woorden (afscheidsbrief), tranen en uitzwaaien. Melodrama: ik zal ze waarschijnlijk niet meer zien. Voor Claire vind ik het vertrek jammer. Ze heeft nu geen gespreksmaatjes. Ze kan alleen maar praten met haar dochter Frances. Maar de komst van een volgende fietsster is aangekondigd. Ik ben een man met wisselende contacten.

Aan onze tocht zijn inmiddels heel wat kilometers toegevoegd die niet in het reisplan waren opgenomen. Het Dongdorp ligt ten noordwesten van Guilin. Van deze plaats kennen de Chinezen de zegswijze: Het landschap van Guilin is  het eerste onder de hemel. Of dat zo is, is een kwestie van smaak, maar een soort schoonheidsgarantie hebben ze hier wel binnen weten te halen. In 1998 bezochten Bill en Hillary Guilin en ze loofden de schoonheid van de streek. Het gaat niet om de stad Guilin, maar om het gebied zo’n 70 km ten zuiden ervan, dat ligt in de prefectuur van de stad. De naam betekent het geurige bos. In de officiële naam van Claire zit ook het woordje gui. De bijzondere streek heeft een opvallend karst-gebergte en vooral Yang Shuo weet de belangstelling van Chinese toeristen uit te buiten. Er is van alles mogelijk: wandelen, fietsen, wildwatervaren, boottochten maken, grotten bezoeken, bergen beklimmen. De sportieve toerist komt hier aan zijn trekken.

P1020285 (Large)

Ietsje verderop ligt het dorp Ping Xing waar het wat rustiger toegaat en waarvan de omgeving mij sympathieker is. Eén plekje aan de Li-rivier wil niemand missen: de rivier met de bergen op de achtergrond die staan afgebeeld op het briefje van 20 yuan. Daar kan Mao aan de andere kant niet tegen op.P1020286 (Large)Wat de Chinezen graag doen is zichzelf en elkaar fotograferen bij een toeristische bijzonderheid. Daar leent zich de bankbiljetplek uitstekend voor. Er is ook een stenen teken dat die plek markeert. Mijn vriendinnen fotografeerden elkaar in wisselende combinaties en ik als laowai mocht niet ontbreken. Anderen die daar uit- en afstapten deden natuurlijk het zelfde en ach wat leuk die laowai willen we er ook bij hebben. Ik fiets dan gauw even en stukje verder, want ik ben geen voorwerp dat je even uit de rekwisietenkast trekt. Misschien denkt u, ach joh, doe niet zo lullig. Eventjes op de foto, wat maakt dat nou uit. Ja, maar die eventjes worden al gauw tientallen en op vorige tochten heb ik mijn lesje geleerd. Als er net een touringcarbus is gestopt en velen even hun arm op je schouders willen leggen, krijg ik het claustrofobisch benauwd.

In het Dongdorp Cheng Yang huurden mijn vriendinnen klederdracht outfits en gingen elkaar uitvoerig voor een drum tower in hun i-phone zetten in gevarieerde houdingen: op één been, armen gespreid, handen op elkaars schouder als voor een polonaise enz. En een lol! Ik heb niet de indruk dat ze zich afvragen, waarom ik niet in hun plezier deel. Ik glimlach diplomatiek. Wie kinderlijk plezier bij volwassenen zoekt: ga naar China.

P1020244 (Large)

Nog een Chinese trek: ze eten snel. De schotels komen ter tafel op de draaischijf en de stokjes gaan hoog frequent heen en weer. Vooral Frances haalt nationale records. Ik verontschuldig me soms voor mijn trage eten. Er vallen wel eens stukjes groente of vlees van mijn stokjes. Als dat vaak gebeurt, schuift een der dames een en ander in mijn rijstkom. Ongerechtigheden spugen de Chinezen op de tafel of op de grond en met al dat gesmak en geboer, vind ik ze wel wat vies. Maar, positieve wending: de manier waarop ze met elkaar omgaan is voor mij als buitenstaander prettig. Het gaat allemaal zonder plichtplegingen. Het is heel gewoon, als ze in de keuken van een restaurant rondkijken en deksels optillen. Chinezen spreken luid. Conversatie met iemand aan de andere kant van de straat is heel gewoon. Ik kan helaas niet verstaan of de luide stemmen in relatie staan met de inhoud. Kinderen worden soms luidkeels publiekelijk terecht gewezen. Een meisje stond aan de waterkant en wilde met haar voetjes in de rivier staan. Pa haalde bars uit en ze ging verstijfd naast haar moeder staan. Mamma zweeg… Is opvoeding ook niet een exportartikel?

P1020309 (Large)

Gisteren fietsten we langs een kanaal. Meer een kanaaltje, dat wel tien keer in het Amsterdam-Rijnkanaal kan. Een deel ervan is heel idyllisch en ligt in een park waarvoor je toegangsgeld moet betalen. Met een zachte stroming gaat het onder oud geboomte door dat weldadige schaduwen geeft. Het kanaal heeft meer reputatie dan dat water waar Anton Mussert zich nog heeft bezig gehouden. Dit kanaal werd gegraven in 215 vóór Christus onder het regime van keizer Qin (waar ons woord China vandaan komt). Er is een mooie brug uit de Ming-tijd (voor 1644) in originele staat.

P1020317 (Large)

Een ander deel  van het kanaal gaat buiten het park door Xing An en daar is het heel gezellig. In de schaduw van de overkapte bruggen zitten vele bewoners en toeristen.

P1020321 (Large)

Allerlei cultuur-historisch nieuws staan op stenen tafelen gebeiteld. Misschien verbeeld ik het me, maar er wonen veel oude mensen. En wat doen die? Kaarten en Chinees schaken. De bewering dat je overal in China het geklik van mahjong-stenen hoort, gaat hier niet op. “An” betekent rust, orde,  harmonie. Die was er wel in Xing An.

Quan Zhou, Guangxi, China 8 juli 2016

 

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (11)

Door Jan: 02/07/16

We zijn op 24 juni de tropen uitgereden. Maakt dat wat uit? Nee, in Liuzhou waren de dagen op het hoogtepunt 35 graden en dat blijft de komende week zo. Volgens de statistieken moeten de heetste dagen nog komen in juli.  Maar op de een of andere manier is het idee dat we met onze fietsjes dagelijks een stukje opkruipen in de gematigde gebieden van het noordelijk halfrond wel prettig. Ik zag de passage bij toeval op mijn kaart, waarop de kreeftskeerkring staat uitgestippeld.

P1020104

Elke dag maakt ons troepje tegen het middaguur halt bij een eetgelegenheid die mijn Chinese vriendinnen altijd eerder zien dan ik. Die wordt meestal bestierd door  vrouwen van zo rond de vijftig. Zij zijn de kapitein op hun schip. Hun keuken is schoon en op orde. Alle potten en pannen hebben hun plaats, de rijst staat klaar in de stoompan en de eetstokjes steken hygiënisch verpakt in bakjes op de tafels. We wijzen de ingrediënten aan die we wensen en de gasvlam ruist al gauw gezellig onder de wok. Ze horen tot het type vrouwen, die alles in de gaten hebben, verschillende maaltijden tegelijk maken, goed kunnen luisteren, aan een half woord genoeg hebben en ondanks de drukte op een leuke en onderhoudende manier met hun gasten omgaan. Vervelende kerels hoeven niet bij ze aan te komen.  Het zijn ook vrouwen bij wie buitenlanders weinig moeite hebben om duidelijk te maken wat ze wensen. Voor deze vrouwen heb ik bewondering. Een foto van zo’n vrouw met haar dochter.

P1020094 (Large)

We zijn in Liuzhou een dag blijven hangen en hebben een  bezoek gebracht aan een park waar veel Chinezen zich vertreden. Daar maakte ik voor het eerst kennis met een Wind en Regen-brug. Een overdekte brug die typisch schijnt te zijn voor de Dong-cultuur. Deze “covered bridges” kennen wij vooral uit de VS, al was het maar door de film The bridges of Madison County met Meryl Streep en Clint Eastwood.

P1020127 (Large)

De stad telt “maar” anderhalf miljoen inwoners en is voor Chinese begrippen klein. Het belangrijkste minderheidsvolk van de provincie Guangxi zijn de Zhuangs. Als we in dorpjes pauzeren vraag ik geregeld aan mijn reisgenotes of ze de dorpelingen kunnen verstaan. Nee. Het belangrijkste criterium om de ene taal te onderscheiden van de andere is de onverstaanbaarheid. De Chinese overheid spreekt van dialecten en niet van verschillende talen. Dat is natuurlijk politiek gehannes. Er moet enige eenheid zijn in de verscheidenheid. Het Mandarijn uit het noorden rukt steeds verder op. Minderheidsvolken zijn leuk voor toerisme en folklore, maar daar moet het wel bij blijven. Toch worden de films die ik zie in het Chinees ondertiteld. De meeste films komen uit het zuiden en de taal  daar is Kantonees. Met al die karakters onder in beeld zijn de films geschikt voor heel China.

De hitte zorgt er niet alleen voor dat er zo nu en dan  een grote kakkerlak door mijn hotelkamer rent, maar ook dat we steeds vroeger vertrekken. Ik heb nu al enkele keren op de fiets de zon zien opkomen. Ook de zon zal wel vrouwelijk zijn… Die zon laat het nu twee dagen afweten, want het regent en daarmee is de temperatuur ook wat gezakt. Elk voordeel heb z’n nadeel. Gisteren aangekomen in Cheng Yang, een Dong-dorp even ten NW van Guilin. De Dongs zijn met de Zhuangs en de Miao’s een drie van de 56 minderheidsvolken die door de Chinese overheid zijn erkend. Om in dit dorp te komen moet jij bij een poort toegangsgeld betalen. Je gaat dus een volkenkundig reservaat in. Wat ze met dat geld doen, weet ik niet. Ook niet wie “ze” is, want veel blijft voor een buitenstaander onduidelijk. Eén ding is zeker: het zijn de Han-Chinezen die lakens uitdelen.

P1020198 (Large)

De verstandhouding tussen de dames en mij is nog steeds goed. We leren elkaar wat beter kennen en we weten langzamerhand wel wat we aan elkaar hebben. Omdat ik me vanwege haar kennis van het Engels het meest versta met Frances weet ik van haar het meest. Bovendien is ze, neutraal gezegd, nogal mededeelzaam. Ik noem haar voor de grap onze “tourleader”. Dat ontkent ze, maar feitelijk is het wel zo en ik laat het me met plezier aanleunen. Lekker makkelijk, za’k ma segge. Haar moeder, die ik van mijn vorige fietstocht ken, woont in Fushun, een stad in de bergen van Noordoost-China. De laatste keizer van China, die nog als jongetje door de Japanners op de troon was gezet, heeft in Fushun in een gevangenis gezeten nadat Mao de macht had overgenomen. Dochter Frances woont met haar man in Suzhou, niet ver van Shanghai. Ze wilde onder de vleugels van moeders uit. Ik wilde wel even weten of moeder enige druk op dochter had uitgeoefend om mee te gaan, want tja haar Engels was wel nodig. Nee, dat niet, maar haar  huwelijksleven in Suzhou heeft zijn beste tijd gehad en “er even helemaal uit” lokte haar wel. En dus deelt ze dagelijks de hotelkamer met haar moeder.

P1020192 (Large)

Toen we  eens even pauzeerden en stonden te wachten op de anderen, liet ze zich ontvallen  “Ik eet nu maar wat, anders begint mijn moeder weer te zeuren dat ik te dik word”. Nu heeft dochterlief wel enige neiging tot volume en een zekere onvrede met haar leven zal dat wel aanjagen, maar ik beperkte me slechts tot de kalenderwijsheid dat moeders nu eenmaal moeders blijven. Van de twee andere vrouwen weet ik minder. Anna Da Mei ken ik ook van laatste tocht. Ze is gepensioneerd lerares, heeft twee kinderen uit haar huwelijk en woont met haar man in Jinzhou, ook in het noorden in de provincie Liaoning. Ze is klein en kan opvallend goed eten. Ze trekt op met Monica, die gepensioneerd kinderarts is en wat Engelse woorden kent. Via Frances probeer ik wat meer over haar te weten te komen, maar ook zij kent haar pas sinds enkele weken. Monica wil wel erg graag met mij op de foto. Hm.

Cheng Yang, Guangxi, China 2 juli 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (10)

Door Jan: 23/06/16

De Chinezen verzetten bergen. Ze graven ze waar nodig af. Het duurt even, maar de berg verdwijnt. Nieuwe bergen komen er voor in de plaats: groepen woontorens met spitsjes die iets van een kasteel hebben. In alle grotere plaatsen hetzelfde beeld van kolossale flats en bouwkranen. De steden hier lijken erg op elkaar. Nanning was geen verrassing.

P1020083

Toen we voor de overnachting afstapten was het al donker en de volgende morgen zaten we al voor zevenen op de fiets. We zijn er door heen gereden en dat was dan dat. Ik schat de afstand door de stad op 30 km. Peking voert een beleid van verstedelijking en meer dan de helft der Chinezen (60%) woont in urbane gebieden.

Toen we twee dagen ervoor in Qu Li aankwamen, was de slaapplaats een probleem. In het eerste guest house mochten geen buitenlanders vertoeven. De exploitant bracht ons naar een ander adres.

P1020044 (Large)

Daar konden we wel overnachten, maar we moesten wachten op de duisternis. De eigenaar had geen vergunning. Dus brachten we ruim een uur door in een restaurant er schuin tegenover. Het hotel lag naast een parkje met fitness toestellen  waar velen zich ontspanden en men moet ons gezien hebben, want we zijn een kleurig stel bij elkaar. Ik vroeg me af of de hotelman niet bang was voor klikken bij de politie. De illegaliteit deed geen afbreuk aan het comfort. De kamers waren schoner en beter ingericht dan in hotels waar we waren mét vergunning.

Nu ik het over “we” heb, mijn eerste indrukken van de dames. We kunnen het goed met elkaar vinden en er is geen bemoeizucht. Op de kaart hoef ik niet te kijken, want Frances (36) raadpleegt haar i-phone en dankzij haar rijd ik ook op landelijke wegen waar ik anders niet gekomen zou zijn. Als ze geen ontvangst heeft, wijzen anderen ons de weg. Haar Engels is redelijk voldoende om me via haar met de anderen te verstaan. Ze gaan allen flink ingepakt op de fiets.P1020036 (Large)

Wat ze onderweg kopen hangen ze in plastic zakjes aan hun stuur. Ook meloenen. Die kopen ze niet maar stelen ze van het land. Dat hoorde ik pas nadat… ik ervan gegeten had en dus medeplichtig was. Ach, vrouwenlist is nog steeds menigvoud.  Of ik de volgende meloenen maar van het land wilde halen. Ja, ja.

Tijdens een onweersbui schuilden we in een dorpje, dat ik het Ossenwagendorp noem, want er sjokten vaak ossenwagens door de straat. We hadden nogal wat bekijks en ik was denk ik het nieuws van de dag. Er werd naar me gekeken en gewezen. Ik stak met een grote fles bier de straat over. Als dat nou het Westen moet voorstellen… Decadent! Enfin, het dorpswinkeltje, een schemerig hol, deed goede zaken.

Het aardigste dorp tot nu toe heet Yang Mei Gu Zhen. Je daalt een trap af naar de rivier waar enige scheepvaart op is. Er is ook een oude poort met opschrift.

P1020055 (Large)

Aan de kade liggen een paar salonboten waarop je kunt eten.

P1020069 (Large)

Kleine bootjes met allerlei nering liggen er tussen en dorpelingen komen aan de waterrand de was doen en de groentes afspoelen. Het dorp schijnt ook enige historische betekenis te hebben blijkens opschriften over beroemde Chinezen die er woonden. De markt begint al voor zessen en daar doen de dorpelingen hun boodschappen.

P1020061 (Large)

Er is enige vergrijzing en vooral oude kromme vrouwtjes vallen op. Het dorp mag zich verjongen, want Frances wees me op een spandoek die toestemming geeft voor een tweede kind.

P1020065 (Large)

Toen ik opmerkte dat die Chinese jongensvoorkeur op den duur demografisch slecht uitpakt en bovendien te weinig waardering geeft aan meisjes en vrouwen, zei ze neutraal dat na het eerste jongenskind er gelegenheid is voor een meisje. De feministe in haar was nog niet geboren.

Ik wilde van Frances wel eens weten of je een Han-Chinees van een Manchu kunt onderscheiden. Nee. Sterker nog, zij was zelf half-Manchu want haar vader is er een. De laatste keizerlijke Qing-dynastie  kwam uit Manchurije in het noorden en de Manchu-mannen vielen op door hun half geschoren schedel en de lange vlecht. De Chinese tv toont tal van drama’s die zich in de Verboden Stad afspelen, tijdens die laatste Manchu-dynastie. Frances’ familienaam is Guan (“sluiten”) en die is net als Ma (“paard”) een echte Manchu naam. Het gaat wel om een verchineesde naam, want de lijst van Manchu-clannamen op het internet ziet er heel anders uit. Pan, Nisa, Ergonote, Urgunkele. Vele lettergrepen.

Het bergland van Guangxi is me tot nu toe meegevallen. De bergen van Laos en Vietnam zijn een goede voorbereiding zijn geweest. De binnenwegen hier hebben het nadeel dat ze maar op en neer gaan met korte, maar zeer steile hellingen, terwijl het wegdek soms slecht is. Daar staat weer tegenover dat de vallei tussen Chongzuo en Qu Li buitengewoon mooi was. We reden na de onweersbui de opklarende lucht tegemoet, er was wat afkoeling, we daalden geleidelijk en de bergen lichtten op in de namiddag zon.

P1020039 (Large)

Deze woorden schrijf ik in Bin Yang, een stad ten noordoosten van Nanning. Over een paar dagen ben ik alweer op de helft van mijn reis na 2500 km. De volgende grote stad is Liuzhou en dan komt Guilin in zicht waar we het bijzondere berglandschap gaan bekijken.

Bin Yang, Guangxi, China, 23 juni 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (9)

Door Jan: 17/06/16

Op vrijdag 17 juni ben ik na passage van de grens door vier Chinese vrouwen verwelkomd. Twee van hen ken ik van vorige tochten. Met zijn allen hebben ze drie dagen in de trein gezeten om van Suzhou (bij Shanghai) naar de grensplaats Pingxiang (provincie Guangxi) te komen. Ze rolden bij de poort van de Friendship Pass een groot spandoek voor me uit en schonken me een vlag met “Helan Laowai Jan” (Nederlandse vreemdeling).

P1020013 (Large)

De jongste van het stel, Frances, spreekt Engels en door haar heb ik met haar moeder, Claire in de afgelopen jaren contact kunnen onderhouden. Omdat Chinese namen altijd leiden tot gestuntel in de mond van westerlingen heb ik de twee andere dames ook een naam mogen geven. Anna en Monica. De naam Simone werd afgekeurd, misschien om dat si “dood” betekent. Claire heet eigenlijk Wei Gui Xiang en met de juiste toon en karakters is haar roepnaam “welriekende laurier”. Ook de naam van de stad waar ik nu overnacht spreek ik volgens Frances verkeerd uit. Op mijn manier betekent het “koelkast”, terwijl je de eerste en derde toon moet gebruiken…Vanavond gaan we na het eten in het hotel een “conference” houden over de tocht die we samen gaan maken.P1020016 (Large)

In Vietnam ben ik met plezier geweest. Het is er rommelig, maar gezellig. Over leuke contacten hoefde ik me niet te beklagen. Vanwege het taalprobleem zijn die vaak simpel, maar voor een goede verstandhouding hoeft het niet in de weg te staan. Het gebeurde geregeld dat iemand zijn onderarm naast de mijne hield. Die was wel erg bruin! Stroopte ik mijn korte mouw wat op, dan zagen ze de huidskleur die ze verwachtten. Ook mijn benen kregen vaak aandacht. Schoof ik mijn broekspijp wat op met een ondeugend ooohh…, dan was het lachen alom. Op de hete dagen trek ik in de eethuisjes mijn schoenen en sokken uit. De blikken naar onder mijn tafeltje bevestigen dat ik de man ben met de witte voeten. Overigens is een blanke of blankere huid hier een waarde. Ik heb de indruk dat vooral jonge vrouwen en meisjes met een paraplu in de felle zon beducht zijn voor het verdonkeren van hun huid en graag hun waarde op de huwelijksmarkt willen behouden.

Vlakbij het oude stadskwartier van Hanoi ligt een meer met parkdelen eromheen waar de bewoners van de stad zich ontspannen.

P1010983 (Large)

Ook westerlingen doen dat en zodra je even zit, komen er al gauw meisjes naar je toe om Engels te oefenen. Eentje had in haar aantekenboekje een lijst met vragen gemaakt zoals Waar kom je vandaan? Wat vind je van Vietnam?, enz. Het is soms aandoenlijk. Als ik vertel dat ik met mijn “xe dap” door hun land fiets, komt er beweging in de conversatie.

Minder aardig zijn de Vietnamezen voor de varkens. Op weg naar de grens passeerden me tal van vrachtwagens met drie volgeladen etages. Met het gekerm en de poten die buitenboord hingen, was wel duidelijk dat de rit geen pretje was. De beesten zagen er erg rood uit. Ik kwam ook voorbij aan een losplaats. Er was geen gebouw dat een slachterij deed vermoeden. Ze werden dacht ik even gelost om bij te komen, wat te drinken en te slobberen en wat rond te knorren, maar er was een afgrijselijk geschreeuw.

P1020002 (Large)

Ze werden geforceerd gevoed. Een slang werd door hun strot geduwd en de voedingsinfuus was snel in de maag geleegd. Volgende. Eén varken had de hitte en de dorst niet overleefd. Het beest werd op het beton open gesneden en ik zal de lezer de details besparen. Zo gaat dat hier in Vietnam.

 

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (8)

Door Jan: 10/06/16

Eerst maar wat feiten. Op 9 juni ben ik aangekomen in Hanoi. De reis die op 8 mei begon, heb ik afgelegd in 24 dagetappes. 1730 km. Door de bergen en de hitte blijft mijn geplande gemiddelde wat achter. Ik houd de kalender en de landkaarten goed in de gaten.

P1010979 (Large)

Behalve claxonneren is inhalen ook een Vietnamese hobby. Ook in onoverzichtelijke bochten. Daar heb ik als tegemoet komend fietsertje mee te maken. Het gevaar zit niet bij de eerste inhalende auto, maar bij de tweede er achter die mij nog niet heeft gezien.  De talloos kleine bussen die tussen Dien Bien Phu en Hanoi pendelen hebben altijd haast, maar als ze een klant zien, vinden ze het heel gewoon dat andere voertuigen daar ook voor moeten stoppen. Tussen al die personen- en vrachtauto’s door krioelt de meerderheid van het verkeer: de brommers. Een brommer is in het Vietnamees “xe may” en een fiets is een “xe dap”.

“Deze auto biedt ruimte voor het hele gezin” lees je wel eens in reclame. Dat kun je ook voor de duozit van de brommers zeggen, want vader, moeder en twee kinderen zitten samen op één brommer. Diezelfde brommer kan ook een kleine vrachtwagen zijn. Vietnamezen, en Aziaten in het algemeen, zijn ware cargadoors en ze gaan tot het uiterste. Boomstammen, rijstzakken, kippen, varkens, afvaltonnen, staaldraad, bierkratten, dozen het gaat allemaal achterop. Dat maakt de brommer een stuk breder en het andere verkeer moet dus meer uitwijken.  De lading moet in balans blijven en de rijder wordt een evenwichtskunstenaar. Acrobatisch brommen. De laadcapaciteit kan worden uitgebreid met een aanhangwagentje.

P1010939 (Large)

De Noord-Vietnamees die het zich kan veroorloven woont in een smal, hoog stenen huis met een paar etages, met kitscherige zuiltjes en zoete kleuren en met een groot watervat op het dak. Veel Vietnamezen wonen aan de straat en de voorgevel is een rolluik of hekwerk dat ’s avonds dichtgaat.  Op het stuk grond voor de deur stallen ze wat kleine handelswaar uit onder een parasol waar de hond graag ligt, de kinderen spelen in de woonkamer waar de brommer staat geparkeerd tegenover de rustbank en de tv gaat pas uit als het gezin naar bed gaat of in de hangmat kruipt. Om vijf uur kraaien de hanen, denderen de eerste vrachtwagens door de straat en een uur later is de nieuwe dag weer begonnen.

P1010977 (Large) (2)

In de berm van de weg ligt het geld voor het oprapen. Briefjes van 500.000 dong met Ho Chi Min, maar ook biljetten van honderd dollar met de beeltenis van Benjamin Franklin, u weet wel die Amerikaan die tijdens een onweer een vlieger opliet. Het geld is verwaaid van graven waar het in stapeltjes was bijgelegd voor de laatste reis van de overledene. Dat Amerikaanse namaakgeld laat zien dat ook de reisbureaus in het hiernamaals de verschillende valuta’s op hun waarde weten te schatten.


P1010943 (Large)

In het oude stadsdeel van Hanoi kom ik bij van de vermoeienissen. Veel eten, slapen, rondhangen. In de nauwe straatjes hier kuieren veel westerse toeristen. Groot, weldoorvoed en soms blond. Gisterenavond werd naast me een kleine pezige man door een jonge Vietnamese vrouw bij zijn kladden gepakt. Hij probeerde zich los te rukken en hield zijn roofwaar hoog boven zich. De vrouw sprong op, griste haar portemonnee uit zijn hand, controleerde snel of de inhoud klopte en liep door. De zakkenroller was alweer weg. Hij droeg een groen T-shirt.

 

Hanoi, Vietnam, 10 juni 2016

Tags:
Oudere berichten »