Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Bangkok naar Shanghai (17)

Door Jan: 12/08/16

Als vertel dat ik door China heb gefietst met Chinese vrouwen, dan komen er twee vragen. Hoe was dat? Hoe kwam dat? In die volgorde. Korte terugblik. Op mijn tweede tocht, van Peking naar de Amoer  in 2006, trok ik kort op met een groepje Chinezen. Drie mannen, drie vrouwen. Met een van de dames hield ik contact en in 2013 maakte ik met haar en twee andere “zusters” mijn derde tocht, van Chengdu (Sichuan) naar Jinzhou (Liaoning). Tussen de dames boterde het van lieverlede niet zo en de aardigste van het stel, Claire, kneep er tussen uit. Tot mijn verrassing nam ze via haar dochter Frances later contact met me op en zo maakten we plannen voor mijn vierde fietstocht hier. Claire trommelde drie vriendinnen op, van wie ik er eentje kende en wist ook haar dochter te strikken. Zij, Frances dus, was met haar Engels de communicatieve spil van ons clubje. Bij pauzes onderweg spraken de vrouwen uiteraard Chinees met elkaar en Frances betrok mij bij de gespreksstof, vaak als het woord laowai viel, want dan hadden ze het over mij. Ik had wel de indruk dat ze het interessant vonden zo’n westerse vreemdeling in hun gezelschap te hebben. Frances kende de andere twee vrouwen niet. Omdat ik steeds meer Chinese woorden leerde en met gebarentaal kleine acts opvoerde, ontwikkelde zich iets van een conversatie. Ze moesten vaak lachen om die rare laowai. De verstandhouding bleef prettig, maar werd niet persoonlijk. Dat lag met Frances anders. ’s Avonds gingen we geregeld samen ergens eten. Moeder Claire was zuinig en at op de hotelkamer wat ze ze onderweg had gekocht of van de lunch in een restaurant had overgehouden, maar de dochter wilde ook onder de bemoeizucht van moeders uit, die vond dat Frances te veel at. Dat leidde wel eens tot irritaties. Zij woont dan ook bewust 2000 km van haar moeder vandaan, hier in Suzhou.

Erg Chinees was dat de dames het niet passend vonden als ik ze bijvoorbeeld hielp met het dragen van bagage naar hun hotelkamer. Reden: ik ben de oudste. Banden plakken mocht ik weer wel. Tsja… De tocht die we samen maakten was natuurlijk ook de vakantie van de dames. Dus wilden ze van alles zien en ondernemen. Dat bespraken ze met elkaar. Ik werd pas in het laatste stadium van hun planontwikkeling betrokken. Of ik ook… ? Natuurlijk. Niet lullig doen. Zij weten meer van China dan ik. Ook daarbij speelde Frances met haar elektronische navigatie een belangrijke rol.

In Guilin namen twee vrouwen die ik Monica en Anna had mogen noemen, afscheid. Waarom nu? vroeg ik Frances. Monica’s zoon kocht een treinkaartje voor haar…  (!?)) Ze kwamen beiden uit Jinzhou en trokken samen op. Van Monica was de moeder stervende, hoorde ik later. Claire nam afscheid in Shangsha. Rugklachten, veel lopen door een defecte derailleur, zorg voor haar hoogbejaarde moeder. En zo bleef Frances tot mijn verrassing alleen over. Ik plaag haar met “you are my special tour leader”. Onzin, vindt ze, maar zij kent de weg en hier in Suzhou in het bijzonder. Letterlijk en figuurlijk. De stadspoorten, de tuinen, de bruggen en vaarten passeerden alle de revue.

P1020714 (Large)Zij en haar moeder deelden de zelfde hotelkamer en de dochter liet zich ontvallen dat ze wel prettig vond weer onder moeders vleugels vandaan te zijn. Voor mij brak er een andere tijd aan. Voorheen bungelde ik bij de conversatie er maar een beetje bij. Frances moest nu alle registers opentrekken om met mij te kunnen praten. Daar doet ze aandoenlijk haar best voor. Het is prettig om haar daarbij te helpen. Vaak zegt ze “how to say?” en raadpleegt zo nu en dan haar i-phone om een woord te vinden. Door haar hoor ik hoe moeilijk Engels is. “Hij” en “zij” kent het Chinees niet, de werkwoorden hebben geen tijden, terwijl vele Engelse klinkers een ramp zijn. Clusters van medeklinkers zijn ook een probleem. Dus hoor ik haar zeggen “mostely” of cyceling”. Omgekeerd is zij voor mij informatiebron nummer één. Het viel me pas sinds kort op dat ze het woord dat ik had geleerd voor fiets (“zi xing che”) nooit gebruikte. Nee, wij gebruiken “dan che”. In het verkeer zorgt ze ervoor dat we elkaar niet uit het oog verliezen, al kan ik maar niet wennen aan de Chinese manier van kruispunten nemen. Stoplichten negeren en bij linksaf binnendoor.

Uiteraard hoor ik ook een en ander van haar gewone leven. Haar man heeft een bedrijfje voor verpakkingsmateriaal. Daar is ze nauw bij betrokken. De verpakking moet ook bedrukt worden en dan legt Frances de contacten. Bij aankomst in Suzhou hebben we het bedrijf bezocht. Er ging niet veel om, zou Droogstoppel zeggen. De machines stonden stil. Het is een slappe tijd. Vier vrouwen waren bezig om een plastic ruitje te plakken op doosjes voor beha’s. Aan het einde van de hal lag een berg afval van karton en papier. Hoe dan ook, ruim de gelegenheid om met Frances en haar man te gaan eten. De conversatie was karig. Hij sprak geen Engels, maar deed ook weinig moeite voor een simpel praatje. Wel schonk hij mij telkens bier in en zo bleef het beperkt tot Nijhoffs “lach en stoot glazen […] tegen elkander” met een “gan bei!”

P1020655 (Large)

Het levendige nichtje dat tussen ons in zat zorgde voor enige afleiding. Van het bedrijf naar hun huis was het dertien kilometer. Gisteren heb ik bij hen gegeten. Een jaren ’60 flat.

P1020728 (Large)

Bergruimte in de kelderverdieping, een wat versleten en vervuild trappenhuis, maar een hele aardige woning met een sterk vrouwelijke “touch”.

P1020725 (Large)

Er werd tijdens het eten aan de deur gebeld. Een oudere dame van een lagere etage met iets voor de vergadering van een bewonersvereniging. Volgens mij was ze gewoon nieuwsgierig. Het informatieblad dat ze bracht legde Frances ongeïnteresseerd naast zich neer.

Suzhou, Jiangsu, China, 13 augustus 2016

Tags:

Nog geen commentaren

Nog geen commentaren.

RSS feed voor commentaren op dit bericht.

Sorry, the comment form is closed at this time.