Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Ciclista en Patagonia (02)

Door Jan: 22/11/08

Na zeven etappedagen twee dagen rust in Bahia Blanca. Tijd voor een eerste balans van feiten, ervaringen en indrukken. Ik heb 758 km afgelegd door een streek die hier Pampa Humida heet. De wegen zijn goed te berijden, al moet ik wel eens even van het asfalt af om vrachtwagens te laten passeren die niet naar links kunnen uitwijken. Afgezien van een regenachtige morgen, is het hier heet, droog en stoffig. Gisteren reed ik door een kleine dust bowl, die er uit de verte dreigender uitzag dan ze was.  Wat overheerst is de harde en wisselvallige wind uit het noorden. Die bepaalt je ritme en je vorderingen. Hij heeft ook zijn nukken. Na een flauwte word je ineens weer de weg opgedrukt en dan maar hopen dat de toevallige auto dat heeft voorzien. Op weg naar Azul had ik lange tijd de wind mee. Na 131 km draaide hij in tien minuten tijd van rechts achter naar pal voor. De nog resterende 16 km kropen voorbij.

Alleen in de ochtend fiets ik met blote armen. Je verbrandt hier gauw en er moet flink gesmeerd worden. Mijn rechterhand is de pineut. De huid is rauw van zon en wind en ik heb hem in mijn zakdoek gewikkeld en koel hem af met water uit mijn bidon.

Velen zullen het landschap met zijn lange rechte wegen, eindeloze akkers en weilanden  wel eentonig vinden. “En in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land” (Marsman), maar wel op Argentijnse schaal. De onderlinge afstanden zijn groot. Een boerderij ligt ver van de weg af, meestal verborgen onder bomen. Ze heten La Fortuna, La Primavera of hebben een datum als naam. Het pad er naar toe is soms omzoomd met bomen, een sieraad in het landschap.

Na de poesta, de prairie en de steppe maak ik nu kennis met de pampa. In grote lijnen zijn die vlaktes met hun in cultuur gebrachte velden het zelfde. Het doet me hier het meest denken aan Kansas, Oklahoma en Texas. De warmte, de vergezichten, de dode stinkdieren, de slangen, de feedlots (terreinen waar runderen voordat ze onder het mes gaan worden vetgemest). Omdat er nauwelijks zijwegen zijn, minder afrasteringen en geen silo’s aan de horizon, oogt het land ruimer en grootser.

Ook verspreid in het land zijn de plukken eucalytusbomen. Door de herrie die de wind in de kronen maakt, lijkt daar nog meer te stormen.  Daaronder staat vaak een vrachtwagen te pauzeren en je hebt grote kans dat daar ook een huisje of kastje is, nog beter schrijn, van Difunta Correa omringd door flessen water. Het verhaal gaat dat een vrouw, Deolinda Correa, haar ziekelijke man volgde in de tijd van de burgeroorlogen rond 1840. Voor hem droeg ze eten en drinken, terwijl ze ook nog een baby op de arm had.  Ze kwam om door honger en dorst, maar toen ze gevonden werd was het jongetje nog in leven, zuigend aan een borst. Door heel Argentinië zijn dit soort bouwseltjes langs de weg te vinden met beeldjes en tranentrekkende plaatjes. Daarbij veroorlooft de tekenaar zich anatomische vrijheden. De nog zogende borst moet goed zichtbaar zijn ook al ligt mamma op haar zij. Dan maar de borst uitstekend onder haar oksel op de zij. Moet kunnen in een tijd van siliconen. Het zijn vooral de truckers die haar aan de boezem drukken en in ruil voor een fles water hopen op een gunst van boven. De RK-kerk staat afwijzend tegenover dit Correa-gedoe.  Heb je spontane religiositeit van onderop, weer niet goed.

Rondfietsend in Tres Arroyos (= drie rivieren) zag ik een groot bord met Farmacia Verkuyl. Even naar binnen gestapt. De eigenaresse heet Astrid Cintia Verkuyl, oogt erg Hollands en is de kleindochter van het echtpaar Verkuyl dat in 1934 naar Argentinië emigreerde. Ze spreekt geen Nederlands, maar na enkele minuten begroette haar vader, Martin Verkuyl, mij met “Goedenmiddag” op de Avenida Moreno. Zijn ouders hadden een boerderij bij Nieuw Vennep. Er blijkt een Hollandse gemeenschap te zijn in Tres Arroyos met een gereformeerde kerk, een Hollandse school en een coöperatie van Nederlandse emigranten uit 1944. Martins vader was een van de oprichters. Op de Hollandse school leerde Martin zijn vrouw kennen en hoewel ze de naam Ouwerkerk heeft, sprak ze geen Nederlands, want haar overgrootouders waren al aan het einde van de 19e eeuw daar gekomen. In het telefoonboek staat elf keer de naam Verkuyl, die ze hier uitspreken als “wer-kwiel”. Je vindt ook Van der Horsten en Zijlstra’s. Martin was negen jaar voorzitter van de coöperatie. Een paar jaar geleden werd Tres Arroyos vereerd met koninklijk Nederlands-Argentijns bezoek. Sindsdien is belangstelling voor Argentinië vanuit Nederland gegroeid, vindt Martin.

In steden hier is het Europese karakter opvallend. De huizen, de straatbeelden, de auto’s en vooral de mensen. Europeser dan de Amerikanen en ook leuker. Geen gedoe over the American dream en Gods own country  waar de punten op de i moeten worden gezet, maar hartelijke mensen die naar me toeteren, hun duim opsteken en naar me zwaaien.

“Bahia Blanca is de laatste grote plaats voor de grote Patagonische woestijn” schrijft Bruce Chatwin enigszins dreigend. Er staat me nog wat te wachten.

Jan Postema, Bahia Blanca, Argentinië, 22 november 2008

http://www.fietsenmetjan.nl

Tags:

Nog geen commentaren »

Nog geen commentaren.

RSS feed voor commentaren op dit bericht. TrackBack URL

Geef commentaar

Je moet aangelogd zijn om commentaar te plaatsen.