Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Ciclista en Patagonia (04)

Door Jan: 11/12/08

“The road ahead is empty…, it’s straight” begint een liedje en dat is voor mij steeds vaker het geval. Ik ben alleen met het land, de weg en de wind. Guanaco’s (klein soort lama) vluchten het land in, terwijl ze voor vrachtwagens niet met hun ogen knipperen en misschien is dat er wel de oorzaak van dat er zoveel dode exemplaren langs de weg liggen. Af en toe zie ik wat schapen en een kleiner soort struisvogels die ze hiet “choiques” noemen. Ik trek door “een naakt land, kaalgewaaid door de wind, dat ook bij de mens vernisjes eraf haalt”.  Dat laatste probeer ik met cremes te beletten.

Van Puerto Madryn ben ik gefietst naar Trelew, dat met omliggende plaatsen als Gaiman en Rawson een Welshe oorsprong heeft. In 1865 hebben kolonisten ongeveer dezelfde weg afgelegd. “Weg” betekent route, want de weg kwam uiteraard later door de wildernis. Ze gingen naar het dal van Chubut, de rivier waaraan ze hun nieuwe bestaan wilden opbouwen in een land “dat niet door Engelsen was aangetast”. Ze kwamen met 153 personen met de Engelse tea clipper Mimosa. Nu zijn de Welshmen een minderheid en is de voertaal Spaans, of zoals het hier heet Castellano. In het telefoonboek moet je zoeken naar namen als Jones, Davies, Williams te midden van de vele Garcia’s, Gonzalez’en en Lopez’en. In het voormalige stationnetje wordt de nog jonge geschiedenis gekoesterd. Wales heet hier Gales en de vlag is dus de bandera galeza. John Murray verkende het gebied ver naar het westen en trouwde met Harriet Underwood, die zich al gauw Enriqueta noemde. Het is een museumpje van de Salamandra potkachel in het vroegere postkantoor tot de viool van Tom Mulhall.

Ik logeerde in hotel Touring Club met een grote gelagkamer die doet denken aan een herensociëteit. Veel vaste klanten lezen er de krant. Onder de honderden curiosa aan de wand een portret van Antoine de St. Exupéry die het hotel met bobo’s van de posterijen aandeed in mei 1931. Nog interessanter is de kopie van de affiche “BUSCADO” en het portret van Butch Cassidy, misschien wel ’s werelds bekendste outlaw, op wiens hoofd 10.000 pesos was gezet. Butch heette eigenlijk Robert Leroy Parker en was het oudste van elf kinderen van een mormonengezin in Utah, beide ouders van Schotse geboorte. Als jongeman begreep Butch al gauw dat “het recht aan de verkeerde kant van de wet stond” (banken, veebaronnen, spoorweg-maatschappijen) en hij trok de wereld in om zich te specialiseren in bank- en treinovervallen. Toen de gehate wet hem steeds dichter op de hielen kwam, vluchtte hij samen met Sundance Kid en diens vriendin Etta Place naar Buenos Aires, waar ze land in het westen van Patagonië toegewezen kregen. Ze leefden er vijf jaren als “vredelievende burgers”, maar geldnood bracht hen weer op het oude spoor. Ze beroofden in 1905 en 1907 een bank. Over hun leven daarna bestaat veel onzekerheid, maar net als Elvis Presley is Butch vele malen “gezien”.

In Trelew ben ik vanwege een licht gekneusde rib op de bus gestapt naar Comodoro Rivadavia, 375 km verder. Het is een jonge oliestad ingeklemd tussen de zee en zanderige kale bergen. Die ben ik op mijn rustdag in gefietst. Via een wijkje met veel golfplaten, afval, stank en honden kwam ik hoog boven de stad op een top die vooral fungeert als dumpplaats van de bewoners beneden. Zo tillen ze daar het vuilnisprobleem op een hoger niveau! Het uitzicht over de stad en de zee was prachtig.

Via de kleinere oliestad Caleta Olivia kwam ik aan in Fitz Roy, een vlek op de vlakte met zeven kinderen en acht straten die alle uitzicht geven op de Patagonische verten. De waardin van de hospedaje daar kan alleen spreken in bevelen. “Bicicleta aqui!”. Toen ik even lag te rusten ging de deur open. “Cincuenta!”. Deur weer dicht. Ik stond op, betaalde haar de 50 pesos en kreeg van de weeromstuit de slappe lach en ze lachte mee.

In Fitz Roy (genoemd naar de kapitein van de Beagle, Darwins expeditie-schip) begint ook de Argentijnse film, Historias Minimas (Carlos Sorin, 2002), die ik thuis op de tv zag. Een oude man, een jonge vrouw en een handelsreiziger gaan alle drie op weg naar San Julian. De eerste om zijn verloren hond te halen, de tweede om mee te doen aan het tv-pogramma Rad van Avontuur en de derde om de jarige zoon te feliciteren van een vrouw op wie hij heimelijk verliefd is. Die weg heb ik nu ook gefietst en gelukkig was er halverwege een pompstation annex hotel. De etappes waren 138 en 144 km en dat alleen al laat zien dat je voor licht en recreatief fietsen beter op de Veluwe kunt zijn. De tweede dag was erg heet en de licht besneeuwde kerstslingers bij de kassa van een pompstation doen lachwekkend aan.

Door de hitte gaat de lucht niet alleen boven het wegdek trillen (en spiegelen) maar ook boven land in de verte. Dat doet de heuvels drijven en pas veel later krijgen ze weer grond onder de voeten. Zo ben ik toch een soort Fietser op zee van Maarten Biesheuvel.

Vijfentwintig km voor San Julian begon een verkeersbord de vorm aan te nemen van een fietser. Een kleine pezige Japanner van 60 jaar uit Yokohama. Wat ik uit onze absurdistische conversatie opmaakte is, dat hij al twee jaar op weg is, eerst in Canada en de VS heeft gefietst, naar Ushuaia is gevlogen en nu op Buenos Aires aanstuurt. Hij had het over “kaze” en door kamikaze vroeg ik “Wind”. Yes, yes!

Hij is de tweede fietser die ik tegenkom. De eerste was een jonge Braziliaan bij Tres Arroyos, die goed Duits sprak. Zijn vader verhuisde naar Brazilië en de fietser had vorig jaar nog negen maanden in Berlijn-Wannsee gezeten. Dan hoor ik ook berichten onderweg. Er zitten een Engelsman en een Fransman nog voor mij.

Bij de receptie van mijn hotel hier loopt een lammetje rond dat mekkert om zijn flesje. Op de gladde tegelvloer moest hij even plassen. Achterpootjes wat uit elkaar. Terwijl de plas vloeide (goed zo, flinke jongen…) gleden zijn achterhoefjes steeds verder uit elkaar. Van de ene nood naar de andere. Na de plas de fles en lammetje was weer stil. Over twee dagen zit ik weer op de fiets. Het is nog 400 km naar Rio Gallego en dan komt het eerste stuk op Chileens grondgebied.

(Alle bovenstaande citaten komen uit Bruce Chatwin’s In Patagonia).

Jan Postema

Puerto San Julian, provincie Santa Cruz, Argentinië

11 december 2008

(http://www.fietsenmetjan.nl)

Tags:

Nog geen commentaren »

Nog geen commentaren.

RSS feed voor commentaren op dit bericht. TrackBack URL

Geef commentaar

Je moet aangelogd zijn om commentaar te plaatsen.