Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Midden tot Onder (10)

Door Jan: 16/06/18

Van Midden tot Onder (10)
Na mijn laatste bericht ben ik weer ruim 300 km verder in het Australische land. Op 15 juni passeerde ik de grens van Victoria naar New South Wales.

Ik had de nacht ervoor geslapen in Orbost waar ik uitgeput van het vele klimmen aankwam. Mijn hotelkamer daar was meer een slaaphok. Een bed, een kast en een fonteintje.

Voor de badkamer en toilet moest ik zijn aan het einde van een lange gang. De eigenaresse had me gezegd dat even duurde voor het water uit de douchekop warm werd. Het duurde minuten alsof het nog uit Melbourne moest komen. Bij binnenkomst in mijn slaapvertrek moest ik onmiddellijk denken aan een schilderij van Vincent van Gogh: zijn kamer in Arles die hij drie keer heeft geschilderd. Een geel bed met rode deken, een paar rietenmatten stoelen, een kastje en schilderijtjes aan de wand. Hij had in 1888 meer meubilair dan ik. Of zijn matras ook doorzakte weet ik niet. De mijne wel. Ik was blij de volgende dag het Commonwealth Hotel achter me te laten. Terwijl ik in het keukentje mijn ontbijt klaar maakte, vroeg ik de man van de eigenaresse, hoe de weg naar Cann River was. Net zo op en neer als de vorige dag? O nee, de weg was “smooth and flat” en hij maakte er met zijn hand een strijkgebaar bij. Altijd prettig inlichtingen te krijgen van iemand die van wanten weet. Ik reed Orbost uit en het klimmen en dalen begon en zou niet ophouden voor mijn aankomst in Cann River. Dat die man met zoveel aplomb over de weg had gesproken speelde de hele dag door mijn hoofd. Waarom voorspelde hij zo’n makkelijke weg. Had hij het eigenlijk over het plaveisel (dat zeer goed was)? Dacht hij vanuit het perspectief van de automobilist of wilde hij gewoon aardig zijn voor zijn klant? In het laatste geval een verkeerde soort van “klantvriendelijkheid”. Wraak heb ik niet genomen, maar ik mag wel zeggen met een zekere voldoening antwoord te hebben gegeven aan andere hotelhouders die wel eens wilden weten wat ik van dat geval in Orbost vond. The truth and nothing but the truth…
Even na het verlaten van Orbost zag ik prachtige landerijen in het heldere ochtendlicht. Het land lag open en ik kon ver zien.

Dat veranderde al gauw en het grootste deel van de dag reed ik door bossen met veel eucalytusbomen die er met hun stukken schors onder aan de stam altijd een rommeltje van maken. Eens las ik ergens dat deze bomen veel water aan de grond onttrekken. Het wortelgestel leent zich ervoor.

Dat ik kon aan een wand van een afgraving in een mooi schema zien. Overigens, veel eucalyptusstammen zijn zwart geblakerd. Het is opvallend hoe vaak er bosbranden voorkomen. Die komen bij ons niet in het nieuws. Die in de voorsteden van Sydney wel.

Ik kwam zo uitgeput in Cann River aan dat ik besloot een dag te rusten. Het was ook “reculer pour mieux sauter” want voor de volgende dag had ik geen andere keus dan 110 km door niets te fietsen. In de tourist information office zei Susie me geen betrouwbare inlichtingen te kunnen verschaffen over de weg van morgen. Wel gaf ze me een schema van wat er langs de weg was. Kan ik in Genoa lunchen? I don’t know. Cann River is een kruispunt waaraan 180 mensen wonen die het vooral moeten hebben van toeristen die van en naar Melbourne komen en gaan. Susie was er niet opgegroeid, ze was geboren in Brooklyn, New York. Haar ouders waren zionisten. De vader kwam uit Rusland, de moeder uit Hongarije. Daar zat een interessante biografie in dacht ik, maar het was niet de gelegenheid Susie eens flink uit te horen. Wel heb ik haar beloofd mijn indrukken van de weg per email te beschrijven. Er waren down hills en lange vlakke stukken. Ik verheugde me erop dat ik nog voor zonsondergang bij mijn hotel in Eden zou kunnen afstappen. Het venijn zat in de staart. De laatste 25 km waren zwaar. In de duisternis moest ik klimmen en dalen op een bochtige weg waarop automobilisten het niet altijd nodig vonden hun lichten te dimmen. Ik heb leukere stukken gefietst… Kort voor dit lastige stuk begon, zag ik de eerste levende kangaroe. Met zijn elastieke benen hupte hij/zij weg achter de vangrail aan de overkant. Op dit moment staat de teller van dode kangaroes op 18.
Halverwege Cann River en Eden was de nederzetting Genoa. Daar bleek een café te zijn met de naam “Berlin”. Ik had de indruk dat het café niet meer operationeel was, maar ik werd binnen gelaten door een oud echtpaar, van wie de vrouw eine Berlinerin was. Ze liet niet veel over zichzelf los, maar gebruikte mij om haar afkeuring over Duitsers uit te spreken. “Immer die Schnauze voll, aber die machen nichts.” Ondertussen schreeuwde ze telkens dat Bärchen (de hond) zich kalm moest houden. Het dier werd tweetalig aangesproken. Curieus vond ik de kleine pijp die ze rookte. Er was ook dorpsroddel. Na een tijdje ziekenhuis, beweerde een vrouw van verderop dat ze” im Knast gewesen war.” Woont ze hier nog? Ja, leider. Ik kreeg toch nog een kop koffie en ik werd waardig gevonden een stukje in het gastenboek te schrijven. Toen ik weer opstapte kreeg de raad goed op het verkeer te letten en als ze gaan toeteren (hupen)…, en ze stak haar middelvinger op.
Ik heb het bord gefotografeerd waarop ik voor het eerst Sydney zag staan. Is dat nodig? Nee. Maar toch. Zo’n bord heeft een psychologische betekenis. Je tocht maakt vorderingen en het is of de verte ineens een stukje dichterbij is gekomen en dan ook nog met zo’n bekende wereldstad. Geen Warragul of Nowa Nowa.

Bega, New South Wales, Australië

16 juni 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (9)

Door Jan: 11/06/18

Van Midden tot Onder (9)
Over tien dagen is het hier in Australië de kortste dag. Als ik een hele dag op de fiets zit, is het zaak om op tijd te stoppen. De zon gaat om vijf uur onder en de toch al koele dag daalt al gauw onder de tien graden en de duisternis valt snel in.
Het is vandaag na vijf dagen trappen mijn eerste rustdag en wel in Lakes Entrance aan de oceaan.

Een van mijn vragen aan de hotelexploitant was of er verwarming was in mijn kamer. Hij ging me voor en zette een blaasapparaat op 30 graden. Ik was wat verkleumd en na 109 km gewoon moe. Ik voelde me een half uur later als in een sauna. De dag was koud begonnen. Een paar graden boven nul. Eerst vier kilometer rijden door mistbanken, maar daarna klaarde het op en was het ergste voorbij. Mijn hotelman in Morwell had gezegd dat de A1 naar Bairnsdale dé weg was met kangaroes. Pas na 26 km kwam het eerste waarschuwingsbord. Ik had eerder twee van die springbeesten gezien, maar dan dood aan de kant van de weg en voorzien van een rose kruis op hun vacht.

Ook nu zag ik er weer twee. Ook uitgesprongen. Het enige interessante dier dat ik die dag zag was een emoe. Voor het overige koeien, schapen en geiten. En dat tientallen kilometers lang. Er was een Billabong Road House waar ik koffie dronk om me op te warmen. Door de kou deed het me denken aan een koek-en-zopie.

De grootste zorg van de wegbeheerder lijkt de slaap die automobilisten dreigt op de monotone stukken weg. Er zijn parkeerplaatsen voor een powernap (“A 15 minute powernap can save your life”) en waarschuwingen dat een microsleep je kan doden.

De eindeloze landerijen aan beide kanten van de weg deden me denken aan Argentinië net als de vele eucalytusbomen. De hele grote zijn allemaal dood en strekken hun grijze takken nog ten hemel.
De eerste twee dagen moest ik nogal eens naar de weg vragen. Ik maakte gebruik van landelijke wegen die krullen maken langs de snelweg. Omdat ze alle door heuvelland gingen waren er vaak korte maar steile hellingen te nemen. Dat rijdt niet prettig als je niet zeker bent van de weg. In het plaatsje Barnum vroeg aan een bebaarde man bij een supermarkt hoe ik verder kon gaan naar Moe (ze zeggen hier Mau-ie). Hij hoorde onmiddellijk dat ik een Nederlander ben. Zijn vader kwam uit Veenendaal. Die was al in 1944 naar Australië gegaan en van daaruit naar Biak van Nieuw-Guinea waar hij zijn Australische vrouw had leren kennen. Hij heette (de) Blauw. Mijn gesprekspartner was zo aardig me even over de snelweg naar Moe te brengen met zijn pick-up. Toen ik dat zei, reageerde hij met “If it aint’t Dutch, it ain’t much”. Die zegswijze kende ik niet. Ze schijnt van zeer christelijke Nederlandse emigranten uit het Amerikaanse Michigan te komen, die laatdunkend spraken over de goddelozen.

De dag daarvoor had ik Drouin een nieuwe ketting aangeschaft in een zaak waar een jongeman een “opa” had die uit Winterswijk kwam. De fietsenmaker himself legde mijn oude ketting naast de nieuwe en liet me zien dat de versleten ketting twee schakels langer was geworden en daardoor niet meer “snug” op de grote tandwielen ligt en er ook bij terug schakelen makkelijker kan aflopen. Een nuttig fietsenmakerslesje!
Op mijn rustdag was de hemel strak blauw, de zon scheen mild en ik maakte een wandelingetje naar het strand en stelde vast dat de zee ook hier voortklotst in eindeloze deining. Volgens het weerbericht wordt er ver achter de horizon ander weer voor morgen voorgekookt. In de middag was de regenkans gedaald van 60 naar 40%. Dat geeft weer hoop. In het dorp heb ik handschoenen en een warme sjaal gekocht om me te wapenen tegen de koude ochtend op weg naar Orbost.
Lakes Entrance, Victoria, Australië
11 juni 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (8)

Door Jan: 05/06/18


Van Midden tot Onder (8)
Op de kentekenplaten van de staat Victoria staan stukjes tekst. Het wat officiëlere “The education state” en het populaire “The place to be”. Maar ook de raad “Stay alert, stay alive”. Dat zou ik als motto voor mijn fietstocht kunnen nemen. Nu geldt dat uiteraard voor elke weggebruiker waar dan ook, maar het is hier in Australië minder dringend dan in China. De voorrangsregels hier zijn zo’n beetje dezelfde als bij ons. Een voorrangsweg is een echte en men stopt voor het oprijden ervan. Afslaand verkeer laat mij voorgaan. Daarvan heb ik in China weinig gemerkt. Als ik me hier veiliger voelt dan is het vooral omdat ik me op mijn gemak voel.

Vandaag heb ik de eerste 40 km afgelegd. Zonder bagage want het was een proefrit. Even wennen aan het links rijdend verkeer en de route verkennen voor de volgende dag. De kaart die ik van de staat Victoria heb gekocht geeft niet veel steun. Ik fietste voornamelijk in heuvelachtig suburbia door de voorsteden Kew en Box Hill. Ze liggen beide aan weg 34 die ik lang wil volgen. In Kew was een monument voor de gevallen uit die plaats in The Great War, de Eerste Wereldoorlog dus.  Op de dakrand staat ook Gallipoli. Vooral daar, bij de Dardanellen die toegang geven tot de Zwarte Zee, hebben veel soldaten uit Australië en Nieuw Zeeland het leven gelaten. De man die voor dit strijdtoneel had gekozen was Winston Churchill.

Allemaal mannen die ver van huis zijn gevallen, nu honderd jaar geleden. Onder de ingebeitelde namen stonden een paar MacMahon’s. Die naam ken ik uit de geschiedenisles over de Krimoorlog (1853-56). Er was een Franse maarschalk van Ierse origine die zich verdienstelijk maakte bij de inname van Sebastopol toen de Russen waren terug geslagen. Hij zou daar gezegd hebben “J’y suis, j’y reste”. Hier ben ik, hier blijf ik. Knappe jongen als je me hier wegkrijgt. Over de echtheid hebben we geen zekerheid. Ik vond het lekker klinken en ik vond het nog al wat. Nu ik toch aan het associëren ben: zittend aan de koffie in Flinders Street zag ik een opvallende tekst voorbijkomen. “The course of true love never did run smooth”. Hoe komt zo’n wijsheid op de dakrand van een tram? Google wist het. Het is een citaat uit Shakespeare’s  A Midsummer Night’s Dream. Het ging dus om een reclame voor de opvoering ervan in een schouwburg.

Niet ver van mijn hotel is het Immigration Museum. Dat heb ik bezocht. Er was een tentoonstelling gewijd aan Ghandi en de informatie over de immigranten was algemeen. Over de wetgeving, tradities, ambachten. Niet iets specifieks over die uit Nederland. Wel lag er een boek van Peter Plowman Australian Migrant Ships 1946-1977. De eerste foto was van de Johan van Oldenbarnevelt die op 16 december 1956 lag afgemeerd in de haven van Sydney. Verderop de bekende namen van Groote Beer, Waterman en Zuiderkruis. Ook de Willem Ruys heeft Nederlanders naar Australië gebracht. De auteur beschrijft ook de twee drama’s van het schip nadat het in Italiaanse handen was overgegaan (1964) en de naam Achille Lauro kreeg. De kaping bij Alexandrië door Palestijen om Israel te dwingen gevangenen vrij te laten (1985) en de roemloze ondergang na de brand ten oosten van Somalië (1994).

Het is verleidelijk nog wat verschillen te noemen tussen China en Australië die mij na aankomst opvielen. Ik kwam van de hitte in de koelte. In het straatbeeld is de bevolking zeer gemengd en de Aziaten zijn sterk vertegenwoordigd. Onder de westerlingen is zwaarlijvigheid (vrouwen) geen uitzondering. En ten slotte: de zon staat midden op de dag in het noorden. Wil je hier ongemerkt vertrekken dan met de zuiderzon.

Melbourne, Victoria, Australië
5 juni 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (7)

Door Jan: 31/05/18

Van Midden tot Onder (7)
De fietsreis door China zit erop. Op 7 mei vertrokken we uit Shanghai en op 29 mei maakten we een foto van onze aankomst bij mijn hotel in Guangzhou.

We legden 1663 km af in 21 fietsdagen. Er waren twee hele rustdagen en drie halve. Hoe dichter we bij Guangzhou kwamen, hoe hoger de bergen werden, maar alpinische hoogten hoef je hier niet te verwachten. De bergen bleven gewoon groen. Alleen op de voorlaatste dag moest er geregeld geklommen worden.

Wat de hoogteverschillen betreft, was de reis goed te doen. De tocht werd zwaar door de vochtige hitte. Het zweet stond vaak in mijn handen en bij het nemen van een helling moest ik extra knijpen om mijn greep op het stuur te houden. De hitte deed ons ook vaker pauzeren en ik heb heel wat liters cola en bier door mijn lijf gejaagd. De dorst hield ook ’s nachts aan. Ik greep ook dan vaak naar de fles.
We zijn door vele dorpjes gekomen omringd door rijstvelden die een weeïg zoete geur verspreiden. Door bosgebieden met bamboebomen die soms als plumeaus over de weg hingen. Het uitzicht had aan beide kanten vaak het schema akkers en velden, groene heuvels er achter en blauwe bergen in de verte.

Toch hebben we relatief veel door stedelijke gebieden gefietst. Het zwaartepunt van de Chinese bevolking ligt in het oosten en zuidoosten. De provincie Guangdong heeft meer inwoners dan Duitsland , resp. 104 en 80 miljoen. In de voorsteden van Guangzhou waren bouwwerkzaamheden aan de gang. Vele kilometers lang had je het idee dat je over een bouwterrein fietste. Wegomleggingen, vrachtverkeer, graafmachines, betonmolens, slooppanden, verhoogde putranden, enz. Aanhoudende herrie en veel stof happen. Het gemotoriseerde verkeer laat met claxons blijken, dat ze niet op dat fietsgrut zitten te wachten.
Guangzhou binnenrijden is geen kunst, mijn hotel vinden was dat wel. Frances maakte gebruik van haar smartphone. Soms reden we verkeerd. De correctie deden we op zijn Chinees: terug tegen de stroom in. Oversteken was er niet bij. We raakten elkaar ook nog een keer even kwijt. Terwijl ik op een trottoir me afvroeg welke kant ik nu op moest, keek ik in de gezichten van Afrikanen. Is er een Afrikaanse gemeenschap in Guangzhou? In mijn hotel maar even de Chinese google geraadpleegd. Sinds begin jaren ’90 is er een groeiend aantal Afrikanen (in het Chinees ‘zwarte mensen’, hei ren) om economische redenen gekomen. Hoofdzakelijk uit Nigeria en Mali. Ze hebben geen definitieve verblijfsvergunning, maar velen laten hun visum verlopen en kunnen een terugreis niet betalen. Controles hebben geleid tot rellen en verscherpte aandacht bracht hun aantal van 16.000 terug naar ruim 10.000. Uit het artikel krijg ik de indruk dat de Chinese autoriteiten met die Afrikaanse gemeenschap in hun maag zitten. Islam, drugs, criminaliteit, taalproblemen.

De ironie wil dat we gisteren ook de tropen in reden. Even ten noorden van Guangzhou ligt de kreeftskeerkring. Die denkbeeldige lijn is concreet gemaakt met een lijn in een park. Een toeristisch leukigheidje dat we ook in Europa kennen bij het passeren van de poolcirkel. Daar valt (in Finland) te lezen dat die lijn heel langzaam heen en weer schuift door veranderingen in de positie van de aardas. Daar merken we niets van. We kunnen rustig slapen.
De lezer zal wel eens gehoord hebben van de Peking-mens. Een van de oudste mensen die op eigen benen kon staan. Zijn fossiel werd gevonden in de jaren ’20 van de vorige eeuw. Bij Shaoguan heeft de gemeente een museum om een ander stukje mens gebouwd. Dat werd in 1958 gevonden bij het dorpje Maba even buiten de stad. Volgens een informatiebord is de Maba-man honderdduizend jaar oud. Het fossiel stelt weinig voor (midden).

Een stukje schedeldak en het bovenste deel van de oogkaswallen. Ik noem hem maar een Chinese Neanderthaler. Het museum heeft hem met een vergroot borstbeeld uitgebeeld bij de ingang. Een man met een snor en sik.
In een vorige aflevering was een foto van in plastic folie verpakt serviesgoed. De Kantonnezen hebben de merkwaardige gewoonte om na het verscheuren van de folie de kommetjes en het bordje met thee af te spoelen. Zit je op straat te eten, dan gooien ze het theewater op de grond. In restaurants staat er een spoelbakje op tafel. Ik neem aan dat het eetgerei voordat het wordt ingepakt schoon is gemaakt. Een achterhaalde gewoonte zou ik denken.
In het bovenstaande gebruik ik de naam Guangzhou. Veel gebruikelijker is Canton. De Portugese kolonisten gebruikten voor dit gebied de naam Cantao, die een verbastering is van de provincienaam Guangdong (dong is oost, net als in de naam van Mao). Op een geheimzinnige manier is in het Engels de naam van de provincie overgegaan op die van de stad.

De stad aan de Parelrivier is zeer oud en heeft een bewogen geschiedenis. Ook in de buurt van mijn hotel is in de 19de eeuw veel beweging geweest. Mijn hotel heet Shamian en dat betekent gewoon ‘zandbank’ en op die zandbank verrezen vele Europese gebouwen, nadat in twee Opiumoorlogen door de Engelsen en Fransen concessies waren afgedwongen. De bekendste voor Engeland was Hongkong, 120 km ten zuiden van hier. De meeste gebouwen die onder bescherming staan, zijn gebouwd tussen 1861 en 1920. Ook Nederland heeft hier een diplomatieke vertegenwoordiging gehad. Het doet hier wat westers aan. Ik kan koffie drinken en lasagna eten met Duits bier.

In de lobby van het hotel staat een grote doos waarin mijn grotendeels gedemonteerde fiets zit. Een fietsenzaak vlakbij heeft daar voor gezorgd. Morgen tracteer ik mijn fietsgenotes op de afscheidsetentje en de volgende dag breng ik vooral door met in de rij staan en wachten op het vliegtuig dat me naar Melbourne brengt.
Guangzhou, provincie Guangdong, China
31 mei 2018

 

 

Tags:

Van Midden tot Onder (6)

Door Jan: 23/05/18

Van Midden tot Onder (6)
Hier in het zuiden van de provincie Jiangxi volgen we al enkele dagen weg G 323. Op kleine betonnen paaltjes aan de kant van de weg lezen we de kilometers die afleggen. Met die getallen is verder niets bijzonders. Maar niet bij 520! Daarvoor moesten we stoppen. De dames fotografeerden zichzelf en elkaar en ook ik als laowai (vreemdeling) mocht niet ontbreken. Gelach en gilletjes als waren het pubermeisjes. Al eerder had Frances me laten weten dat 520 niet zomaar een getal is. Ze wees me naar een hotel dat de drie cijfers in de naam had, boven aan de dakrand.

Je spreekt die drie uit als wu-er-ling. En deze klanken lijken weer op wo-ai-ni: ik hou van jou. In de uitspraak lijken de woorden iets meer op elkaar dan in ons schrift. Of ik wel wist dat het ook een bijzondere dag was, wilde Frances van me weten? We zijn in de vijfde maand en het is vandaag de 20ste! Goh, is het een soort Valentijnsdag of zo? Nee, dat nu ook weer niet. Een getal is soms een raar geval.
De kleine hotels waarin we overnachten, liggen soms in een straat of straatje achteraf. Geen grote hal met geglim van marmer en uitzicht op een voornaam plein. Het eethuisje aan de overkant is misschien maar acht passen. Nu we vanwege de hitte al om 6.00 uur verzamelen in de lobby, blijkt dat we elke ochtend iemand achter de desk wakker maken. Daar staat gewoon een bed.

Vaak ben ik als eerste beneden en stilletjes zet ik mijn fietstassen neer en mijn fiets klaar voor de belading. De man of vrouw die nog ligt te slapen, wordt al snel gewekt door de eerste Chinese die met luid spreken de lobby betreedt. De vrouw die gisteren opstond had een rose nachthemd dat bedrukt was met spreekballonnetjes van stripverhalen. Daar stond in Ah! Pretty! Chinezen hebben problemen met onze R, dus stond er Ah! Pnetty! in veelvoud. En zo zien we maar weer dat je met spelfouten goed kunt slapen.
Er rijdt dagelijks een huisdiertje met ons mee. Omdat ik niet weet of het mannetje of vrouwtje is noem ik het maar Willy. Willy de Schildpad. Je ziet hem niet, want hij zit verborgen aan een tasje bij het stuur van Schitterende Jade (SJ). Ze had er twee gekocht bij ons bezoek aan de Schildpad Piek. Bij het beklimmen van die piek, pauzeerden we op banken en ik zag SJ een rood netje heen en weer slingeren en vaak nonchalant rond draaien. De beestjes waren op de kermis. Gek idee om bij een fietstocht in heet weer twee van die reptielen mee te nemen. Weer beneden bij onze fietsen gaf SJ er eentje cadeau aan iemand in een winkeltje. Willy was zo wijs om kop en pootjes ingetrokken te houden en daardoor zag hij eruit als een klein portemonneetje. Zaten we ergens aan een tafel dan legde SJ Willy voor zich neer en dan bewoog Willy als snel naar de tafelrand, maar werd hij gewoon naar het midden van de tafel terug gezwiept. Een paar dagen later vroeg ik of Willy er nog was. Ja zeker, antwoordde Frances. Als SJ onder douche gaat dat ligt Willy in de wasbak. “Wil ik later mijn tanden poetsen, dan ligt het beest er nog in! SJ houdt geen rekening met ons.”
De laatste stand van de tocht. De provincie Jiangxi zijn we uit en we zitten nu in Guangdong, sinds 2005 de dichtst bevolkte provincie van China.

We hebben bijna 1300 km afgelegd. Nog een week rest er voor 350 km naar Guangzhou. Tijd genoeg om een rustdag te nemen, een uitstapje te maken en de dag niet te beginnen bij zonsopkomst. Bovendien voelde Anna uit Jinzhou zich vandaag niet lekker en ze legde een stuk met de bus af.
Shixing, provincie Guangdong, China
23 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (5)

Door Jan: 21/05/18

Van Midden tot Onder (5)
Er zijn hier in China een paar dingen die me dagelijks opvallen. Ik begin maar met iets heel prozaïsch: cement. Voor het kleine metselwerk, bij huis of de moestuin, heeft de Chinees cement en zand nodig. Misschien ook nog wel een bindmiddel en ten slotte water. Voor mengen van dit alles heeft de kleine, bouwkundige dr. Oetker een vloertje nodig. Daarvoor hoeft hij niet zo lang te zoeken: de weg. Op het asfalt aan de rand. Met de juiste dosering van zijn materialen begint hij te mengen en maakt een soort vulkaantje, want in het kratertje giet hij het eerste water zoals we dat met de jus doen bij de boerenkool. Met de verse specie kan het eigenlijke bouwen beginnen. Er zijn veel Chinezen die met de laatste specie die ze niet meer nodig hebben, het zelfde doen als met het eten. Gewoon laten liggen of staan. Het cement wordt hard en daar hobbelen de fietsers en brommers overheen. De kleine fietser en de kleine metselaar worden geen vrienden.

Er zijn ook grotere en opzettelijke obstakels die het verkeer in toom moeten houden. Ribbelbanden over de de hele breedte van de weg. In fel geel, de kleur van de keizer. Niet een paar, maar een hele zwik alsof het wegdek versierd moet worden.

En omdat deze streeppatronen zo vaak voorkomen, gaan ze je als fietser irriteren. In de bebouwde kom is het wegdek verrijkt met drempels, geblokt met geel en zwart. Het zijn van de bonkerige dingen die met bouten in het asfalt Het lukt je soms om dat ding aan de rand te vermijden. De bouten waarmee ze verankerd zijn, houden het niet lang en je kunt mooi door het stukgeslagen gat heen rijden.

China is een bouwland. De bouwwoede heerst hier al een paar jaar en die zal nog wel even aanhouden. Torenflats in de steigers, bouwkranen, vrachtwagens met betonmolens, noem maar op. In de dorpen met kleinere bouwwerken lijkt de zaak vaak te stagneren. Er staan vele betonnen karkassen. De steigers ervan zijn weggehaald, de vogels vliegen er doorheen en aan de vegetatie eromheen is te zien dat het al een tijd zo duurt. Soms is alleen het onderste deel in gebruik voor opslag. De yuannenpotjes waren zeker leeg.

Gisteren hebben we gefietst van Yudu naar Ganzhou, de hoofdstad van de provincie Jiangxi. Voordat we Yudu uitreden hebben we twee pompeuze monumenten bekeken. In oktober1934 begon het Rode Leger aan de Lange Mars van 25.000 km die zou eindigen bij Yanan in het noorden in de provincie Shaanxi. Het Rode Leger brak uit de omsingeling van de nationalisten van Chang Kai Chek. In de geschiedschrijving is de tocht heroïsch en die heeft ook mythische proporties gekregen. Alleen al over de afstand is veel discussie. Het zou hoogstens om 6000 tot 9000 km gaan. Op de sokkel van een monument staan wel die 25.000. In de Engelse tekst wordt de naam van Mao niet genoemd. Zijn ster zou met de voettocht gaan rijzen. Deze afwezigheid hoeft de lezer niet te verbazen. Wat me nu wel verbaast is de afwezigheid van de Grote Roerganger dagelijks om me heen. Slechts één keer hing er van hem een portret in de lobby van een hotel. Dat was op mijn eerste fietstochten door China wel anders. Standbeelden op pleinen en in parken. Ik heb er reisgenote Frances naar gevraagd. Die wilde alleen maar weten waar ik dan vroeger die standbeelden had gezien. Maar toch. Is er een stilzwijgende verandering gaande in de waardering van de man die wel de communistische republiek uitriep en daarna een politiek voerde waarin miljoenen mensenlevens weinig waarde hadden?
Ganzhou, provincie Jiangxi, China
22 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (4)

Door Jan: 19/05/18

Van Midden tot Onder (4)
Ooit merkte iemand over mijn reisverslagen op dat ik het zelden over het eten had. Dat klopt. Op de vraag hoe het ontbijt in China is, moest ik het antwoord schuldig blijven. Dus ga ik nu maar even iets schrijven over het ontbijt dat hier zao fan heet. Het ontbijt dat in mijn hotel in Quzhou gebruikt kon worden bestond uit rijstepap, ei, warme groenten met vlees en warme melk met suiker. Dan waren er ook witte meelballen waarvan ik de naam niet weet, maar wel dat ze net als de rijstepap zo smakeloos zijn. Je zit maar te pruimen met dat meelding alsof je met een corvee bezig bent. Ondertussen denk je aan de koffie die er niet is. Bij het ontbijt op straat zijn vooral de bamislierten populair (miantiao) die in een klein korfje snel voor de klant in heet water worden klaargemaakt en ook een ander soort slierten van deeg (youtiao). Ze hebben de kleur van brood, maar het zijn vette gevallen die je vingers doen glanzen van de olie. De meeste Chinezen nemen bij de rijstepap een klein schoteltje met kruidige spijzen. Bij de pap hoor ik mijn reisdames flink slurpen.

 


Voor de lunch en het avondeten maken we staande voor de hoge koelkast met schuifdeuren onze keus. Ieder wijst iets aan en even later komen de gevulde en dampende schotels op tafel. Ik kies altijd voor groenten, vlees of vis. Rijst is standaard.

Omdat ieder wat anders bestelt, staan er vier tot zes schotel op de draaischijf van de tafel. Je bestelt niet alleen voor jezelf maar voor elkaar. Varkensoren, kippenmagen en ander orgaanvlees staan er ook bij. Kleine vissen worden in hun geheel gefrituurd en ze zijn met een beetje zout lekker. Zodra je gaat zitten krijg je een bundeltje servies: een bordje, een lepel, een klein glas en een kom. Met een van je eetstokjes knal je het plastic folie erom heen stuk en je scheurt het omhulsel los. Er ligt dan ook veel plastic op de vloer.

Bij het avondeten herhaalt zich de werkwijze en ik heb het idee dat de twee maaltijden telkens op het zelfde neerkomen.
Vanwege de hitte (meer dan 35 C) vertrekken we vroeg. In de koelte van de ochtend is het aangenaam om op straat te eten. Later op de dag zoeken we een eetgelegendheid waar fans de lucht in beweging houden. Gisteren waren we in een truckers restaurant. Een stel vrachtwagens staat met de truck haaks op de voorgevel.

De chauffeurs kunnen de cabine en de ramen schoonspuiten en gaan even later zitten eten. Je zit er niet op stoelen, maar op krukjes. Snel eten is de boodschap. T-shirts rollen mannen tot hun oksels op en ze zitten met hun blote navels tegen de tafelrand.

De bamislierten worden de mond ingetrokken en de kippenbotjes uitgespuugd. Chinezen spreken luid met een ander tegenover zich, met collega’s verderop of ze schreeuwen in hun mobiele telefoon. In dit mannengezelschap was ook een jonge vader met een kind, een baby nog, dat hij maar niet kon bedaren. Moeder wel: het kind kreeg de borst. Al die trucks voor de deur vormden een rood front. De meest voorkomende kleur van vrachtwagens hier, allemaal van Chinese makelij. Ze zorgen ook voor een changement de décor: ineens zijn ze vertrokken en kijk je uit over een cementen vlakte naar de weg waar collegatrucks voorbij razen.

Ningdu, provincie Jiangxi, China

19 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (3)

Door Jan: 13/05/18

Van Midden tot Onder (3)
Gisteren zijn we in Quzhou aangekomen en vandaag hebben we een rustdag. Het is bovendien zondag. Quzhou is een provinciestad in Zhejiang en heeft een zeer Chinees inwonertal: 2,6 miljoen. Na aankomst was het voor mij van belang te weten of we op schema zaten. Dat is niet helemaal het geval. We hebben in zes dagen 450 km afgelegd. Dat is een kwart van de geplande afstand en het had een derde moeten zijn. Ons dagelijkse gemiddelde zullen we wat moeten opkrikken.
Ik begin weer vertrouwd te raken met het Chinese verkeer. We zijn klein en traag in vergelijking met de talloze elektrische scooters die met soepele bewegingen op kruispunten door het verkeer slalommen. Ook al rijden we op een hoofdweg, we moeten wijken voor verkeer dat rechts afslaat of van rechts de weg op rijdt. Vormen we een rijtje (een “treintje” zou de verslaggever bij de Tour de France zeggen) dan krijgen we voorrang. Zeer gevaarlijk is het als een automobilist met hoge snelheid “onze” vluchtstrook gebruikt om rechts in te halen. De Chinese weggebruiker is ongedurig. Zodra hij een stuur in handen heeft, wordt hij een ADHD geval. Er valt geen moment te verliezen. Dat alles gaat gepaard met veel geclaxonneer. Aan de klank ervan leer je al gauw om welk voertuig het gaat en je luistert selectiever. Zebrapaden zijn alleen veiliger als er verkeerslichten zijn. Zonder dat zijn die paden gevaarlijk. Je bent overgeleverd aan de willekeur van de chauffeurs.


Zodra mijn fietsdames hun lunch hebben genoten, leggen ze hun hoofd op tafel of schuiven wat stoelen bij elkaar voor een dutje. In de middaguren zie je vaak Chinezen een uiltje knappen. Op een bank, in het laadbakje van hun driewieler of achter het stuur van hun vrachtwagen met de blote voeten tegen de voorruit. Altijd mannen.

Het is jaren geleden dat iemand mij een sigaret aanbood, maar dat is me hier al drie keer overkomen. Chinezen roken veel en op vele straathoeken zijn sigaretten te koop. Li Ming, die aanvankelijk met ons meefietste, rookte ook. Toch had hij zijn mond tijdens het fietsen met een maskertje bedekt. Zo ook fietsgenote Yu Hong met haar dunne sigaretten. Kort voor mijn vertrek liet mijn dagblad een overzicht ziet van het fijnstof in de atmosfeer. De stedelijke gebieden in China hebben een slechte reputatie. Daar fiets ik nu geregeld in. Maar ja, ik fiets en speel geen verstoppertje met “Blijven zitten waar je zit. Hoe je adem in en stik niet”.

13 mei 2018

Quzhou, Prov. Zhejiang, China

Tags:

Van Midden tot Onder (2)

Door Jan: 11/05/18

Van Midden tot Onder (2)
De dramatische gebeurtenis van gisteren heeft gevolgen. Dat bleek pas op de dag erna. Wat er aanvankelijk goed uitzag, was erger. Xi Xing had naast de tien hechtingen aan zijn hoofd ook drie breuken in zijn heup en een interne bloeding. Of dit een correcte weergave van de feiten is, weet ik niet zeker. De informatie komt uit de mond van Frances waarbij de verwarring in woorden de kop op stak. Ze verwarde de woorden “waist” en “hip”. Toen ik het laatste woord even in mijn woordenboekje had opgezocht, zei ze dat de Chinezen daarmee de billen bedoelen. Ook had ik de indruk dat ik de woorden uit haar mond moest trekken. De mannen Gong Xi Xing en Li Ming zijn op weg naar huis gegaan, naar de stad Suzhou ten westen van Shanghai. Hoe dat ging, wilde ik weten. “With the same driver”. Daarmee werd de ambulance bedoeld, waarmee de gewonde gisteren naar het ziekenhuis was gebracht. Voor liefhebbers van cryptogrammen is Frances een aantrekkelijke gesprekspartner.

 

De samenstelling van onze groep fietsers is weer dezelfde als toen we uit Shanghai vertrokken. Frances (Guan Shan Yue) uit Suzhou die ik op mijn tocht van 2016 leerde kennen, Anna (Jiang Fei Yuan) uit Jinzhou met wie ik nu al voor de derde keer een fietsreis maak en de derde en voor mij nieuwe Song Yu Hong uit Hefei in de provincie Anhui. Frances leerde ik kennen op mijn tocht van Bangkok naar Shanghai in 2016. Toen was ze 38 jaar en dat is ze tot op heden gebleven. Is dit Chinees of vrouwelijk?
We fietsen nu met zijn drieën door een China dat mij dierbaar is. Een prachtige weg die door een middelgebergte slingert. We komen door dorpjes (“cun” in het Chinees) waarvan er eentje helemaal nieuw was. Verderop is er dan weer een dorpje dat terug kan zien op meer dan duizend jaar. De naam op de fraai gebeeldhouwde poort moet dan ook van rechts naar links gelezen worden: Shi Wu, maar op bord langs de weg staat weer Wu Shi.


Vanavond bleek weer dat je in China op twee manieren kunt eten. In de volkse gelagkamer of in een apart vertrek (op een andere etage) aan een grote ronde tafel met een glazen draaischijf in het midden. Ik houd van de eerste waarin gekletst, gelachen en gespuugd wordt. Een afleiding die ik soms nodig heb als de fietsvriendinnen met elkaar in hun eigen taal converseren. Er zijn dan ook Chinezen die zich met mij willen bemoeien en dat pakt in de regel wel aardig uit. Bij afrekenen beneden kwam er een klant binnen die bij zien van mij onmiddellijk naar zijn smartphone greep om mij te fotograferen. Ik maakte een maaibeweging en riep “No, no!”. De man liep door. Mijn verweer ging me met twee flessen bier goed af.
Jan Postema, Wu Shi, provincie Zhejiang, China
11 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (1)

Door Jan: 10/05/18

Van Midden tot Onder (1)
Zes dagen ben ik nu in China. Twee in Shanghai en vier op de fiets. Van Shanghai via Hangzhou naar Jiande. Laat ik maar even op zijn Hollands beginnen met het weer. Dat mag wel, want de veranderingen in de lucht raken de fietser meer dan degene die mijn zijn vakantiekont achter het autostuur zit. Het was de eerst koel en regenachtig, maar aan het begin van de middag van de tweede fietsdag brak de zon door. Mijn blote armen en benen beginnen weer een kleurtje te krijgen. Daarin onderscheid ik me dan de Chinezen die zich helemaal in kleding hullen. In Shanghai heb ik wandelingen gemaakt vanuit mijn hotel dat dicht bij de beroemde Bund ligt. Het is ook nu weer de moeite waard over deze boulevard te wandelen terwijl de schepen op de Guang Pu rivier aan je voorbij schuiven.

Het is vooral een attractie voor de Chinezen zelf. Tot laat in de avond is het er druk. Mijn reisgenote Frances vindt die naam Bund maar niks. Hij staat ook op de richtingsborden onder twee Chinese karakters die Wai Tan betekenen (buitenoever). De ruimte om je heen is groot en aan de andere kant ligt het Chinese Manhattan. Dat fotograferen de Chinezen het meest en het liefst met zichzelf op de voorgrond. En als het geen selfie is dan een groepsfoto met oma in het midden. Het valt op dat de politie voor openbare orde ruim vertegenwoordigd is, samen met vele ordehandhavers. De Bund is een plek die zich net als het Tiananmen plein in Peking uitstekend leent voor demonstraties. En dat willen de autoriteiten niet hebben. Lopen op de Bund is dus vooral meelopen.
Ik heb kennis gemaakt met drie Chinezen die met ons meefietsen naar Guangzhou. Ze heten Prachtige Jade, Helder en Plezier. Dat zijn de vertalingen van hun voornamen, respectievelijk Yu Hong, Xi Xing en Ming. Dat Xi (met eerste toon) kan ik in mijn woordenboek niet vinden. Zijn naam is een soort plezier. Dat Ming is ook de naam van de voorlaatste keizerlijke dynastie. Het schriftteken ervoor is een combinatie van de zon en de maan, dus dan moet die persoon wel helder zijn. Maar hij hult zich liever in dampen, want zodra hij klaar is met eten (anderen nog niet) steekt hij een sigaret op. Frances kwam met het voorstel Yu Hong een Engelse naam te geven. We dachten aan Simone, Pearl en Apple. Maar dat wilde ze niet. Frances heeft de twee mannen nog niet aangesproken om voor de tijd van de fietsreis een Engelse naam te kiezen. Ze zijn nogal op zichzelf. Ze fietsen liefst met zijn tweetjes achteraan. Is die Xi Xing ook familie van de president? Nee, diens Xi is een familienaam met de tweede toon en de familienaam van mijn fietsgenoot in Gong.
Shanghai is groot, dat wisten we al. Op de fiets merk je dat in de benen. Na 40 km waren we stad uit. We reden op Chinese wijze. De route die Frances de stad uit wilde volgen, liet vaak fietsers niet toe. Dat werd door de Chinezen genegeerd. Politiemannen die naar ons gebaarden hadden het nakijken. Een keer was Frances al een bocht om van een verboden straat. Wij, de overige drie, werden door een agent aangehouden. We liepen pro forma een stukje op het trottoir en stapten gewoon weer op. Pas op de vierde fietsdag had ik het idee eindelijk buiten te zijn. De steden rijgen zich hier aaneen en de vele woontorens met 30 etages maken het wat hongkongerig. Ruim 60% van de China woont in een stad of stedelijk gebied. Shanghai, Jiaxing, Hangzhou.
Op die vierde hebben we nauwelijks 40 km gereden. Bij Tonglu maakten we een boottocht over een stuwmeer. Vanaf de boot met Chinese kruldaken konden we genieten van de bergen die het meer omsloten.

We werden twee keer aan land gezet om wat cultuur-historisch te bekijken. De boot vertrok en we moesten na wat rondlopen wachten op de volgende. Dat was volgens mij een horecatruc. Zo leid je de bezoekers de restaurants en souvenirwinkeltjes in. Maar het was op ons uitstapje nog vroeg en zonnig. Na de lunch gingen we weer op pad. Zo’n 50 km naar Jiande. We reden op de vluchtstrook van een soort snelweg. Daarop reed ook een spuitwagen om het stof op de weg te bestrijden. De bediener van het waterkanonnetje boven op de wagen moest rekening houden met het verkeer en dus vloog de waterstraal op en neer, maar menig auto kreeg de volle laag. Xi Xing fietste nog geen honderd meter voor me. Hij maakte in een reflex een slinger naar links om de spuit te ontwijken. De auto achter hem kon hem niet ontwijken, sloeg Xing van zijn fiets en sloeg over de kop. Xing was naar de vluchtstrook geslagen en lag met een bebloed hoofd op het asfalt tussen de resten van zijn fietshelm. We gooiden onze fietsen aan de kant en renden om de spuitwagen heen. Xing was bij bewustzijn en praatte.

Frances alarmeerde de politie, het verkeer stokte en toeterde. Aan belangstelling geen gebrek. We sleepten de fiets van Xing aan de kant. Na 25 minuten verschenen politie en ambulance.

Xing, zijn vriend Ming en Frances reden mee naar het ziekenhuis in Jiande. Een tweede politieauto met laadbak bracht ons overige drie met de fietsen ook naar de stad. Ik werd afgezet bij een hotel. Twee sms’jes meldden dat alles meeviel. Tien hechtingen en geen bot gebroken. Hoe het verder gaat met de fietstocht zal mogen blijken.
Nog even een prozaïsch ps’je. De titel Van Midden tot Onder slaat op China, het Rijk van het Midden, en op Australië dat we populair Down Under noemen.
Jan Postema, Jiande, provincie Zhejiang, China
11 mei 2018

Tags:
Oudere berichten »