Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Midden tot Onder (6)

Door Jan: 23/05/18

Van Midden tot Onder (6)
Hier in het zuiden van de provincie Jiangxi volgen we al enkele dagen weg G 323. Op kleine betonnen paaltjes aan de kant van de weg lezen we de kilometers die afleggen. Met die getallen is verder niets bijzonders. Maar niet bij 520! Daarvoor moesten we stoppen. De dames fotografeerden zichzelf en elkaar en ook ik als laowai (vreemdeling) mocht niet ontbreken. Gelach en gilletjes als waren het pubermeisjes. Al eerder had Frances me laten weten dat 520 niet zomaar een getal is. Ze wees me naar een hotel dat de drie cijfers in de naam had, boven aan de dakrand.

Je spreekt die drie uit als wu-er-ling. En deze klanken lijken weer op wo-ai-ni: ik hou van jou. In de uitspraak lijken de woorden iets meer op elkaar dan in ons schrift. Of ik wel wist dat het ook een bijzondere dag was, wilde Frances van me weten? We zijn in de vijfde maand en het is vandaag de 20ste! Goh, is het een soort Valentijnsdag of zo? Nee, dat nu ook weer niet. Een getal is soms een raar geval.
De kleine hotels waarin we overnachten, liggen soms in een straat of straatje achteraf. Geen grote hal met geglim van marmer en uitzicht op een voornaam plein. Het eethuisje aan de overkant is misschien maar acht passen. Nu we vanwege de hitte al om 6.00 uur verzamelen in de lobby, blijkt dat we elke ochtend iemand achter de desk wakker maken. Daar staat gewoon een bed.

Vaak ben ik als eerste beneden en stilletjes zet ik mijn fietstassen neer en mijn fiets klaar voor de belading. De man of vrouw die nog ligt te slapen, wordt al snel gewekt door de eerste Chinese die met luid spreken de lobby betreedt. De vrouw die gisteren opstond had een rose nachthemd dat bedrukt was met spreekballonnetjes van stripverhalen. Daar stond in Ah! Pretty! Chinezen hebben problemen met onze R, dus stond er Ah! Pnetty! in veelvoud. En zo zien we maar weer dat je met spelfouten goed kunt slapen.
Er rijdt dagelijks een huisdiertje met ons mee. Omdat ik niet weet of het mannetje of vrouwtje is noem ik het maar Willy. Willy de Schildpad. Je ziet hem niet, want hij zit verborgen aan een tasje bij het stuur van Schitterende Jade (SJ). Ze had er twee gekocht bij ons bezoek aan de Schildpad Piek. Bij het beklimmen van die piek, pauzeerden we op banken en ik zag SJ een rood netje heen en weer slingeren en vaak nonchalant rond draaien. De beestjes waren op de kermis. Gek idee om bij een fietstocht in heet weer twee van die reptielen mee te nemen. Weer beneden bij onze fietsen gaf SJ er eentje cadeau aan iemand in een winkeltje. Willy was zo wijs om kop en pootjes ingetrokken te houden en daardoor zag hij eruit als een klein portemonneetje. Zaten we ergens aan een tafel dan legde SJ Willy voor zich neer en dan bewoog Willy als snel naar de tafelrand, maar werd hij gewoon naar het midden van de tafel terug gezwiept. Een paar dagen later vroeg ik of Willy er nog was. Ja zeker, antwoordde Frances. Als SJ onder douche gaat dat ligt Willy in de wasbak. “Wil ik later mijn tanden poetsen, dan ligt het beest er nog in! SJ houdt geen rekening met ons.”
De laatste stand van de tocht. De provincie Jiangxi zijn we uit en we zitten nu in Guangdong, sinds 2005 de dichtst bevolkte provincie van China.

We hebben bijna 1300 km afgelegd. Nog een week rest er voor 350 km naar Guangzhou. Tijd genoeg om een rustdag te nemen, een uitstapje te maken en de dag niet te beginnen bij zonsopkomst. Bovendien voelde Anna uit Jinzhou zich vandaag niet lekker en ze legde een stuk met de bus af.
Shixing, provincie Guangdong, China
23 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (5)

Door Jan: 21/05/18

Van Midden tot Onder (5)
Er zijn hier in China een paar dingen die me dagelijks opvallen. Ik begin maar met iets heel prozaïsch: cement. Voor het kleine metselwerk, bij huis of de moestuin, heeft de Chinees cement en zand nodig. Misschien ook nog wel een bindmiddel en ten slotte water. Voor mengen van dit alles heeft de kleine, bouwkundige dr. Oetker een vloertje nodig. Daarvoor hoeft hij niet zo lang te zoeken: de weg. Op het asfalt aan de rand. Met de juiste dosering van zijn materialen begint hij te mengen en maakt een soort vulkaantje, want in het kratertje giet hij het eerste water zoals we dat met de jus doen bij de boerenkool. Met de verse specie kan het eigenlijke bouwen beginnen. Er zijn veel Chinezen die met de laatste specie die ze niet meer nodig hebben, het zelfde doen als met het eten. Gewoon laten liggen of staan. Het cement wordt hard en daar hobbelen de fietsers en brommers overheen. De kleine fietser en de kleine metselaar worden geen vrienden.

Er zijn ook grotere en opzettelijke obstakels die het verkeer in toom moeten houden. Ribbelbanden over de de hele breedte van de weg. In fel geel, de kleur van de keizer. Niet een paar, maar een hele zwik alsof het wegdek versierd moet worden.

En omdat deze streeppatronen zo vaak voorkomen, gaan ze je als fietser irriteren. In de bebouwde kom is het wegdek verrijkt met drempels, geblokt met geel en zwart. Het zijn van de bonkerige dingen die met bouten in het asfalt Het lukt je soms om dat ding aan de rand te vermijden. De bouten waarmee ze verankerd zijn, houden het niet lang en je kunt mooi door het stukgeslagen gat heen rijden.

China is een bouwland. De bouwwoede heerst hier al een paar jaar en die zal nog wel even aanhouden. Torenflats in de steigers, bouwkranen, vrachtwagens met betonmolens, noem maar op. In de dorpen met kleinere bouwwerken lijkt de zaak vaak te stagneren. Er staan vele betonnen karkassen. De steigers ervan zijn weggehaald, de vogels vliegen er doorheen en aan de vegetatie eromheen is te zien dat het al een tijd zo duurt. Soms is alleen het onderste deel in gebruik voor opslag. De yuannenpotjes waren zeker leeg.

Gisteren hebben we gefietst van Yudu naar Ganzhou, de hoofdstad van de provincie Jiangxi. Voordat we Yudu uitreden hebben we twee pompeuze monumenten bekeken. In oktober1934 begon het Rode Leger aan de Lange Mars van 25.000 km die zou eindigen bij Yanan in het noorden in de provincie Shaanxi. Het Rode Leger brak uit de omsingeling van de nationalisten van Chang Kai Chek. In de geschiedschrijving is de tocht heroïsch en die heeft ook mythische proporties gekregen. Alleen al over de afstand is veel discussie. Het zou hoogstens om 6000 tot 9000 km gaan. Op de sokkel van een monument staan wel die 25.000. In de Engelse tekst wordt de naam van Mao niet genoemd. Zijn ster zou met de voettocht gaan rijzen. Deze afwezigheid hoeft de lezer niet te verbazen. Wat me nu wel verbaast is de afwezigheid van de Grote Roerganger dagelijks om me heen. Slechts één keer hing er van hem een portret in de lobby van een hotel. Dat was op mijn eerste fietstochten door China wel anders. Standbeelden op pleinen en in parken. Ik heb er reisgenote Frances naar gevraagd. Die wilde alleen maar weten waar ik dan vroeger die standbeelden had gezien. Maar toch. Is er een stilzwijgende verandering gaande in de waardering van de man die wel de communistische republiek uitriep en daarna een politiek voerde waarin miljoenen mensenlevens weinig waarde hadden?
Ganzhou, provincie Jiangxi, China
22 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (4)

Door Jan: 19/05/18

Van Midden tot Onder (4)
Ooit merkte iemand over mijn reisverslagen op dat ik het zelden over het eten had. Dat klopt. Op de vraag hoe het ontbijt in China is, moest ik het antwoord schuldig blijven. Dus ga ik nu maar even iets schrijven over het ontbijt dat hier zao fan heet. Het ontbijt dat in mijn hotel in Quzhou gebruikt kon worden bestond uit rijstepap, ei, warme groenten met vlees en warme melk met suiker. Dan waren er ook witte meelballen waarvan ik de naam niet weet, maar wel dat ze net als de rijstepap zo smakeloos zijn. Je zit maar te pruimen met dat meelding alsof je met een corvee bezig bent. Ondertussen denk je aan de koffie die er niet is. Bij het ontbijt op straat zijn vooral de bamislierten populair (miantiao) die in een klein korfje snel voor de klant in heet water worden klaargemaakt en ook een ander soort slierten van deeg (youtiao). Ze hebben de kleur van brood, maar het zijn vette gevallen die je vingers doen glanzen van de olie. De meeste Chinezen nemen bij de rijstepap een klein schoteltje met kruidige spijzen. Bij de pap hoor ik mijn reisdames flink slurpen.

 


Voor de lunch en het avondeten maken we staande voor de hoge koelkast met schuifdeuren onze keus. Ieder wijst iets aan en even later komen de gevulde en dampende schotels op tafel. Ik kies altijd voor groenten, vlees of vis. Rijst is standaard.

Omdat ieder wat anders bestelt, staan er vier tot zes schotel op de draaischijf van de tafel. Je bestelt niet alleen voor jezelf maar voor elkaar. Varkensoren, kippenmagen en ander orgaanvlees staan er ook bij. Kleine vissen worden in hun geheel gefrituurd en ze zijn met een beetje zout lekker. Zodra je gaat zitten krijg je een bundeltje servies: een bordje, een lepel, een klein glas en een kom. Met een van je eetstokjes knal je het plastic folie erom heen stuk en je scheurt het omhulsel los. Er ligt dan ook veel plastic op de vloer.

Bij het avondeten herhaalt zich de werkwijze en ik heb het idee dat de twee maaltijden telkens op het zelfde neerkomen.
Vanwege de hitte (meer dan 35 C) vertrekken we vroeg. In de koelte van de ochtend is het aangenaam om op straat te eten. Later op de dag zoeken we een eetgelegendheid waar fans de lucht in beweging houden. Gisteren waren we in een truckers restaurant. Een stel vrachtwagens staat met de truck haaks op de voorgevel.

De chauffeurs kunnen de cabine en de ramen schoonspuiten en gaan even later zitten eten. Je zit er niet op stoelen, maar op krukjes. Snel eten is de boodschap. T-shirts rollen mannen tot hun oksels op en ze zitten met hun blote navels tegen de tafelrand.

De bamislierten worden de mond ingetrokken en de kippenbotjes uitgespuugd. Chinezen spreken luid met een ander tegenover zich, met collega’s verderop of ze schreeuwen in hun mobiele telefoon. In dit mannengezelschap was ook een jonge vader met een kind, een baby nog, dat hij maar niet kon bedaren. Moeder wel: het kind kreeg de borst. Al die trucks voor de deur vormden een rood front. De meest voorkomende kleur van vrachtwagens hier, allemaal van Chinese makelij. Ze zorgen ook voor een changement de décor: ineens zijn ze vertrokken en kijk je uit over een cementen vlakte naar de weg waar collegatrucks voorbij razen.

Ningdu, provincie Jiangxi, China

19 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (3)

Door Jan: 13/05/18

Van Midden tot Onder (3)
Gisteren zijn we in Quzhou aangekomen en vandaag hebben we een rustdag. Het is bovendien zondag. Quzhou is een provinciestad in Zhejiang en heeft een zeer Chinees inwonertal: 2,6 miljoen. Na aankomst was het voor mij van belang te weten of we op schema zaten. Dat is niet helemaal het geval. We hebben in zes dagen 450 km afgelegd. Dat is een kwart van de geplande afstand en het had een derde moeten zijn. Ons dagelijkse gemiddelde zullen we wat moeten opkrikken.
Ik begin weer vertrouwd te raken met het Chinese verkeer. We zijn klein en traag in vergelijking met de talloze elektrische scooters die met soepele bewegingen op kruispunten door het verkeer slalommen. Ook al rijden we op een hoofdweg, we moeten wijken voor verkeer dat rechts afslaat of van rechts de weg op rijdt. Vormen we een rijtje (een “treintje” zou de verslaggever bij de Tour de France zeggen) dan krijgen we voorrang. Zeer gevaarlijk is het als een automobilist met hoge snelheid “onze” vluchtstrook gebruikt om rechts in te halen. De Chinese weggebruiker is ongedurig. Zodra hij een stuur in handen heeft, wordt hij een ADHD geval. Er valt geen moment te verliezen. Dat alles gaat gepaard met veel geclaxonneer. Aan de klank ervan leer je al gauw om welk voertuig het gaat en je luistert selectiever. Zebrapaden zijn alleen veiliger als er verkeerslichten zijn. Zonder dat zijn die paden gevaarlijk. Je bent overgeleverd aan de willekeur van de chauffeurs.


Zodra mijn fietsdames hun lunch hebben genoten, leggen ze hun hoofd op tafel of schuiven wat stoelen bij elkaar voor een dutje. In de middaguren zie je vaak Chinezen een uiltje knappen. Op een bank, in het laadbakje van hun driewieler of achter het stuur van hun vrachtwagen met de blote voeten tegen de voorruit. Altijd mannen.

Het is jaren geleden dat iemand mij een sigaret aanbood, maar dat is me hier al drie keer overkomen. Chinezen roken veel en op vele straathoeken zijn sigaretten te koop. Li Ming, die aanvankelijk met ons meefietste, rookte ook. Toch had hij zijn mond tijdens het fietsen met een maskertje bedekt. Zo ook fietsgenote Yu Hong met haar dunne sigaretten. Kort voor mijn vertrek liet mijn dagblad een overzicht ziet van het fijnstof in de atmosfeer. De stedelijke gebieden in China hebben een slechte reputatie. Daar fiets ik nu geregeld in. Maar ja, ik fiets en speel geen verstoppertje met “Blijven zitten waar je zit. Hoe je adem in en stik niet”.

13 mei 2018

Quzhou, Prov. Zhejiang, China

Tags:

Van Midden tot Onder (2)

Door Jan: 11/05/18

Van Midden tot Onder (2)
De dramatische gebeurtenis van gisteren heeft gevolgen. Dat bleek pas op de dag erna. Wat er aanvankelijk goed uitzag, was erger. Xi Xing had naast de tien hechtingen aan zijn hoofd ook drie breuken in zijn heup en een interne bloeding. Of dit een correcte weergave van de feiten is, weet ik niet zeker. De informatie komt uit de mond van Frances waarbij de verwarring in woorden de kop op stak. Ze verwarde de woorden “waist” en “hip”. Toen ik het laatste woord even in mijn woordenboekje had opgezocht, zei ze dat de Chinezen daarmee de billen bedoelen. Ook had ik de indruk dat ik de woorden uit haar mond moest trekken. De mannen Gong Xi Xing en Li Ming zijn op weg naar huis gegaan, naar de stad Suzhou ten westen van Shanghai. Hoe dat ging, wilde ik weten. “With the same driver”. Daarmee werd de ambulance bedoeld, waarmee de gewonde gisteren naar het ziekenhuis was gebracht. Voor liefhebbers van cryptogrammen is Frances een aantrekkelijke gesprekspartner.

 

De samenstelling van onze groep fietsers is weer dezelfde als toen we uit Shanghai vertrokken. Frances (Guan Shan Yue) uit Suzhou die ik op mijn tocht van 2016 leerde kennen, Anna (Jiang Fei Yuan) uit Jinzhou met wie ik nu al voor de derde keer een fietsreis maak en de derde en voor mij nieuwe Song Yu Hong uit Hefei in de provincie Anhui. Frances leerde ik kennen op mijn tocht van Bangkok naar Shanghai in 2016. Toen was ze 38 jaar en dat is ze tot op heden gebleven. Is dit Chinees of vrouwelijk?
We fietsen nu met zijn drieën door een China dat mij dierbaar is. Een prachtige weg die door een middelgebergte slingert. We komen door dorpjes (“cun” in het Chinees) waarvan er eentje helemaal nieuw was. Verderop is er dan weer een dorpje dat terug kan zien op meer dan duizend jaar. De naam op de fraai gebeeldhouwde poort moet dan ook van rechts naar links gelezen worden: Shi Wu, maar op bord langs de weg staat weer Wu Shi.


Vanavond bleek weer dat je in China op twee manieren kunt eten. In de volkse gelagkamer of in een apart vertrek (op een andere etage) aan een grote ronde tafel met een glazen draaischijf in het midden. Ik houd van de eerste waarin gekletst, gelachen en gespuugd wordt. Een afleiding die ik soms nodig heb als de fietsvriendinnen met elkaar in hun eigen taal converseren. Er zijn dan ook Chinezen die zich met mij willen bemoeien en dat pakt in de regel wel aardig uit. Bij afrekenen beneden kwam er een klant binnen die bij zien van mij onmiddellijk naar zijn smartphone greep om mij te fotograferen. Ik maakte een maaibeweging en riep “No, no!”. De man liep door. Mijn verweer ging me met twee flessen bier goed af.
Jan Postema, Wu Shi, provincie Zhejiang, China
11 mei 2018

Tags:

Van Midden tot Onder (1)

Door Jan: 10/05/18

Van Midden tot Onder (1)
Zes dagen ben ik nu in China. Twee in Shanghai en vier op de fiets. Van Shanghai via Hangzhou naar Jiande. Laat ik maar even op zijn Hollands beginnen met het weer. Dat mag wel, want de veranderingen in de lucht raken de fietser meer dan degene die mijn zijn vakantiekont achter het autostuur zit. Het was de eerst koel en regenachtig, maar aan het begin van de middag van de tweede fietsdag brak de zon door. Mijn blote armen en benen beginnen weer een kleurtje te krijgen. Daarin onderscheid ik me dan de Chinezen die zich helemaal in kleding hullen. In Shanghai heb ik wandelingen gemaakt vanuit mijn hotel dat dicht bij de beroemde Bund ligt. Het is ook nu weer de moeite waard over deze boulevard te wandelen terwijl de schepen op de Guang Pu rivier aan je voorbij schuiven.

Het is vooral een attractie voor de Chinezen zelf. Tot laat in de avond is het er druk. Mijn reisgenote Frances vindt die naam Bund maar niks. Hij staat ook op de richtingsborden onder twee Chinese karakters die Wai Tan betekenen (buitenoever). De ruimte om je heen is groot en aan de andere kant ligt het Chinese Manhattan. Dat fotograferen de Chinezen het meest en het liefst met zichzelf op de voorgrond. En als het geen selfie is dan een groepsfoto met oma in het midden. Het valt op dat de politie voor openbare orde ruim vertegenwoordigd is, samen met vele ordehandhavers. De Bund is een plek die zich net als het Tiananmen plein in Peking uitstekend leent voor demonstraties. En dat willen de autoriteiten niet hebben. Lopen op de Bund is dus vooral meelopen.
Ik heb kennis gemaakt met drie Chinezen die met ons meefietsen naar Guangzhou. Ze heten Prachtige Jade, Helder en Plezier. Dat zijn de vertalingen van hun voornamen, respectievelijk Yu Hong, Xi Xing en Ming. Dat Xi (met eerste toon) kan ik in mijn woordenboek niet vinden. Zijn naam is een soort plezier. Dat Ming is ook de naam van de voorlaatste keizerlijke dynastie. Het schriftteken ervoor is een combinatie van de zon en de maan, dus dan moet die persoon wel helder zijn. Maar hij hult zich liever in dampen, want zodra hij klaar is met eten (anderen nog niet) steekt hij een sigaret op. Frances kwam met het voorstel Yu Hong een Engelse naam te geven. We dachten aan Simone, Pearl en Apple. Maar dat wilde ze niet. Frances heeft de twee mannen nog niet aangesproken om voor de tijd van de fietsreis een Engelse naam te kiezen. Ze zijn nogal op zichzelf. Ze fietsen liefst met zijn tweetjes achteraan. Is die Xi Xing ook familie van de president? Nee, diens Xi is een familienaam met de tweede toon en de familienaam van mijn fietsgenoot in Gong.
Shanghai is groot, dat wisten we al. Op de fiets merk je dat in de benen. Na 40 km waren we stad uit. We reden op Chinese wijze. De route die Frances de stad uit wilde volgen, liet vaak fietsers niet toe. Dat werd door de Chinezen genegeerd. Politiemannen die naar ons gebaarden hadden het nakijken. Een keer was Frances al een bocht om van een verboden straat. Wij, de overige drie, werden door een agent aangehouden. We liepen pro forma een stukje op het trottoir en stapten gewoon weer op. Pas op de vierde fietsdag had ik het idee eindelijk buiten te zijn. De steden rijgen zich hier aaneen en de vele woontorens met 30 etages maken het wat hongkongerig. Ruim 60% van de China woont in een stad of stedelijk gebied. Shanghai, Jiaxing, Hangzhou.
Op die vierde hebben we nauwelijks 40 km gereden. Bij Tonglu maakten we een boottocht over een stuwmeer. Vanaf de boot met Chinese kruldaken konden we genieten van de bergen die het meer omsloten.

We werden twee keer aan land gezet om wat cultuur-historisch te bekijken. De boot vertrok en we moesten na wat rondlopen wachten op de volgende. Dat was volgens mij een horecatruc. Zo leid je de bezoekers de restaurants en souvenirwinkeltjes in. Maar het was op ons uitstapje nog vroeg en zonnig. Na de lunch gingen we weer op pad. Zo’n 50 km naar Jiande. We reden op de vluchtstrook van een soort snelweg. Daarop reed ook een spuitwagen om het stof op de weg te bestrijden. De bediener van het waterkanonnetje boven op de wagen moest rekening houden met het verkeer en dus vloog de waterstraal op en neer, maar menig auto kreeg de volle laag. Xi Xing fietste nog geen honderd meter voor me. Hij maakte in een reflex een slinger naar links om de spuit te ontwijken. De auto achter hem kon hem niet ontwijken, sloeg Xing van zijn fiets en sloeg over de kop. Xing was naar de vluchtstrook geslagen en lag met een bebloed hoofd op het asfalt tussen de resten van zijn fietshelm. We gooiden onze fietsen aan de kant en renden om de spuitwagen heen. Xing was bij bewustzijn en praatte.

Frances alarmeerde de politie, het verkeer stokte en toeterde. Aan belangstelling geen gebrek. We sleepten de fiets van Xing aan de kant. Na 25 minuten verschenen politie en ambulance.

Xing, zijn vriend Ming en Frances reden mee naar het ziekenhuis in Jiande. Een tweede politieauto met laadbak bracht ons overige drie met de fietsen ook naar de stad. Ik werd afgezet bij een hotel. Twee sms’jes meldden dat alles meeviel. Tien hechtingen en geen bot gebroken. Hoe het verder gaat met de fietstocht zal mogen blijken.
Nog even een prozaïsch ps’je. De titel Van Midden tot Onder slaat op China, het Rijk van het Midden, en op Australië dat we populair Down Under noemen.
Jan Postema, Jiande, provincie Zhejiang, China
11 mei 2018

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (17)

Door Jan: 12/08/16

Als vertel dat ik door China heb gefietst met Chinese vrouwen, dan komen er twee vragen. Hoe was dat? Hoe kwam dat? In die volgorde. Korte terugblik. Op mijn tweede tocht, van Peking naar de Amoer  in 2006, trok ik kort op met een groepje Chinezen. Drie mannen, drie vrouwen. Met een van de dames hield ik contact en in 2013 maakte ik met haar en twee andere “zusters” mijn derde tocht, van Chengdu (Sichuan) naar Jinzhou (Liaoning). Tussen de dames boterde het van lieverlede niet zo en de aardigste van het stel, Claire, kneep er tussen uit. Tot mijn verrassing nam ze via haar dochter Frances later contact met me op en zo maakten we plannen voor mijn vierde fietstocht hier. Claire trommelde drie vriendinnen op, van wie ik er eentje kende en wist ook haar dochter te strikken. Zij, Frances dus, was met haar Engels de communicatieve spil van ons clubje. Bij pauzes onderweg spraken de vrouwen uiteraard Chinees met elkaar en Frances betrok mij bij de gespreksstof, vaak als het woord laowai viel, want dan hadden ze het over mij. Ik had wel de indruk dat ze het interessant vonden zo’n westerse vreemdeling in hun gezelschap te hebben. Frances kende de andere twee vrouwen niet. Omdat ik steeds meer Chinese woorden leerde en met gebarentaal kleine acts opvoerde, ontwikkelde zich iets van een conversatie. Ze moesten vaak lachen om die rare laowai. De verstandhouding bleef prettig, maar werd niet persoonlijk. Dat lag met Frances anders. ’s Avonds gingen we geregeld samen ergens eten. Moeder Claire was zuinig en at op de hotelkamer wat ze ze onderweg had gekocht of van de lunch in een restaurant had overgehouden, maar de dochter wilde ook onder de bemoeizucht van moeders uit, die vond dat Frances te veel at. Dat leidde wel eens tot irritaties. Zij woont dan ook bewust 2000 km van haar moeder vandaan, hier in Suzhou.

Erg Chinees was dat de dames het niet passend vonden als ik ze bijvoorbeeld hielp met het dragen van bagage naar hun hotelkamer. Reden: ik ben de oudste. Banden plakken mocht ik weer wel. Tsja… De tocht die we samen maakten was natuurlijk ook de vakantie van de dames. Dus wilden ze van alles zien en ondernemen. Dat bespraken ze met elkaar. Ik werd pas in het laatste stadium van hun planontwikkeling betrokken. Of ik ook… ? Natuurlijk. Niet lullig doen. Zij weten meer van China dan ik. Ook daarbij speelde Frances met haar elektronische navigatie een belangrijke rol.

In Guilin namen twee vrouwen die ik Monica en Anna had mogen noemen, afscheid. Waarom nu? vroeg ik Frances. Monica’s zoon kocht een treinkaartje voor haar…  (!?)) Ze kwamen beiden uit Jinzhou en trokken samen op. Van Monica was de moeder stervende, hoorde ik later. Claire nam afscheid in Shangsha. Rugklachten, veel lopen door een defecte derailleur, zorg voor haar hoogbejaarde moeder. En zo bleef Frances tot mijn verrassing alleen over. Ik plaag haar met “you are my special tour leader”. Onzin, vindt ze, maar zij kent de weg en hier in Suzhou in het bijzonder. Letterlijk en figuurlijk. De stadspoorten, de tuinen, de bruggen en vaarten passeerden alle de revue.

P1020714 (Large)Zij en haar moeder deelden de zelfde hotelkamer en de dochter liet zich ontvallen dat ze wel prettig vond weer onder moeders vleugels vandaan te zijn. Voor mij brak er een andere tijd aan. Voorheen bungelde ik bij de conversatie er maar een beetje bij. Frances moest nu alle registers opentrekken om met mij te kunnen praten. Daar doet ze aandoenlijk haar best voor. Het is prettig om haar daarbij te helpen. Vaak zegt ze “how to say?” en raadpleegt zo nu en dan haar i-phone om een woord te vinden. Door haar hoor ik hoe moeilijk Engels is. “Hij” en “zij” kent het Chinees niet, de werkwoorden hebben geen tijden, terwijl vele Engelse klinkers een ramp zijn. Clusters van medeklinkers zijn ook een probleem. Dus hoor ik haar zeggen “mostely” of cyceling”. Omgekeerd is zij voor mij informatiebron nummer één. Het viel me pas sinds kort op dat ze het woord dat ik had geleerd voor fiets (“zi xing che”) nooit gebruikte. Nee, wij gebruiken “dan che”. In het verkeer zorgt ze ervoor dat we elkaar niet uit het oog verliezen, al kan ik maar niet wennen aan de Chinese manier van kruispunten nemen. Stoplichten negeren en bij linksaf binnendoor.

Uiteraard hoor ik ook een en ander van haar gewone leven. Haar man heeft een bedrijfje voor verpakkingsmateriaal. Daar is ze nauw bij betrokken. De verpakking moet ook bedrukt worden en dan legt Frances de contacten. Bij aankomst in Suzhou hebben we het bedrijf bezocht. Er ging niet veel om, zou Droogstoppel zeggen. De machines stonden stil. Het is een slappe tijd. Vier vrouwen waren bezig om een plastic ruitje te plakken op doosjes voor beha’s. Aan het einde van de hal lag een berg afval van karton en papier. Hoe dan ook, ruim de gelegenheid om met Frances en haar man te gaan eten. De conversatie was karig. Hij sprak geen Engels, maar deed ook weinig moeite voor een simpel praatje. Wel schonk hij mij telkens bier in en zo bleef het beperkt tot Nijhoffs “lach en stoot glazen […] tegen elkander” met een “gan bei!”

P1020655 (Large)

Het levendige nichtje dat tussen ons in zat zorgde voor enige afleiding. Van het bedrijf naar hun huis was het dertien kilometer. Gisteren heb ik bij hen gegeten. Een jaren ’60 flat.

P1020728 (Large)

Bergruimte in de kelderverdieping, een wat versleten en vervuild trappenhuis, maar een hele aardige woning met een sterk vrouwelijke “touch”.

P1020725 (Large)

Er werd tijdens het eten aan de deur gebeld. Een oudere dame van een lagere etage met iets voor de vergadering van een bewonersvereniging. Volgens mij was ze gewoon nieuwsgierig. Het informatieblad dat ze bracht legde Frances ongeïnteresseerd naast zich neer.

Suzhou, Jiangsu, China, 13 augustus 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (16)

Door Jan: 06/08/16

Dit bericht schrijf ik in Wuxi dat we vandaag 7 augustus na 90 km aan het begin van de middag bereikten. Na deze stad rest nog Suzhou en dan komt Shanghai. Het zit er dus bijna op.

Eerst nog even een stap terug, want het vorige bericht kwam uit Wuhan. Na 600 kilometer fietsen kwamen we op 2 augustus aan in Nanjing. Het is de hoofdstad van de provincie Jiangsu, de laatste voor Shanghai. Onze aandacht was meer gericht op de kilometers in de ochtend, zodat er na het middaguur gelegenheid was voor een siësta. Toch wist reisgenote Frances vaak aardige binnenwegen te vinden langs landerijen en door dorpen en zo kon het gebeuren dat het beton ineens overging in een zandpad dat eindigde bij een snelweg in aanbouw.

P1020529 (Large)

De wegwerkers waren al voor zonsopgang op het tracé bezig. Frances vroeg ze naar de weg en we konden een stuk verder over nieuw asfalt dat bedekt was met reusachtige lakens.

P1020527 (Large)

In China maakt veel van het kleine verkeer gebruik van wegen in aanleg en dat is op vele plaatsen. De infrastructuur van dit land verandert dagelijks. Op de laatste dag voor Nanjing waaide er een verkoelende wind. Het was de voorbode van weersverandering. Op de brug over de Yangstse naar Nanjing kregen we een zware onweersbui over ons heen.

P1020539 (Large)

Bij een van de brugtorens konden we schuilen en dat duurde anderhalf uur.

P1020537 (Large)Het verkeer over de brug stroomde even aanhoudend als de rivier eronder. Ik telde in vijf minuten 30 autobussen. De brug is van 1968 en Frances vertelde dat dit de eerste brug is die de Chinezen zonder buitenlandse hulp hebben gebouwd. Misschien dat ze wel wat buitenlandse hulp kunnen gebruiken, want het wegdek is aan vervanging toe. Probleem is dat veel water in de spoorrillen blijft staan en de fietsers en brommers geregeld op een drukgolf kunnen rekenen. Er waren nogal wat Chinezen op de duozit met een paraplu, maar de grote plens kwam van linksonder. Ook het plaveisel van het fietspad is erbarmelijk en dat terwijl de brug bijna vijf kilometer lang is. Aan de andere kant gingen we op zoek naar een hotel. Voor buitenlanders geen plaats, wist de politie Frances te vertellen. Voor hen waren slechts enkele hotels beschikbaar en uiteraard tegen hogere prijzen.

P1020542 (Large)

Vanuit mijn hotelkamer zag ik een reusachtig vrouwenbeeld dat ten hemel schreit. Het is een moeder met haar dode kind. Het staat voor een modern grijs gebouw waarop in het Engels staat “The Memorial Hall of the Victims in Nanjing Massacre by Japanese Invaders”.

P1020543 (Large)

Over de daders geen misverstand. De hal die ondergronds is, bewaart de herinnering aan de slachtpartij die het Keizerlijke Japanse leger in december 1937 in de stad heeft gehouden. De lijst van gruwelijkheden is lang en weerzinwekkend. Samenvattend: moorden, verminkingen, verkrachtingen en dat allemaal op grote schaal. Het museum, laat ik het toch zo maar noemen, laat alle aspecten ervan zien. Van de aanloop (Japan had in 1931 Mantsoerije bezet) tot en met de tribunalen die de oorlogsmisdadigers ter verantwoording riepen.

P1020545 (Large)

Het museum houdt het aantal slachtoffers in vele talen op 300.000. De  foto’s en documenten zijn voorzien van drietalige teksten. Chinees, Engels en Japans. Een van de schokkendste foto’s vond ik die waarop Chinezen levend werden begraven. Van de soldaten die om de kuil staan hebben er twee hun handen in hun zakken. Net zoals er in Europa Auschwitz ontkenners zijn, kent Japan ook Nanjing ontkenners of mensen die op zijn minst de aantallen slachtoffers in twijfel trekken. In Japan bestaat een voorkeur voor het woord ‘incident’. Nanjing is nog steeds een open zenuw in de Chinees-Japanse betrekkingen. De bewogen geschiedenis van Nanjing beweegt nog steeds. In 2012 bracht een delegatie uit Nanjing een bezoek aan de vriendschapsstad Nagoya in Japan. De burgemeester relativeerde het Japanse optreden in 1937 en bevestigde dat een paar dagen later voor de pers. De vriendschapsband werd door de Chinezen verbroken. En dan is er de kwestie van de excuses. Die zijn wel door Japan uit gesproken, maar in Chinese ogen niet voldoende. Japanners moeten dieper buigen. Ze lieten liever Chinezen buigen om hun hoofd af te hakken om het maar eens cynisch en demagogisch te zeggen.

Nanjing betekent ‘zuidelijke hoofdstad’ en dat is ze voor dynastieën, koninkrijken en de republiek geweest. De stad is voor wie zich interesseert in de Chinese geschiedenis een eldorada.

P1020595 (Large)

Bovendien is het grootste deel van de stadsmuur bewaard gebleven en die heeft niet zoals in Peking, plaats moeten maken voor een rondweg. Mijn laatste bezoek was een het presidentiële paleis. Daar zetelde de eerste president van de voorlopige republiek: Sun Yat Sen. Later was Chang Kai Check aan de beurt. De communisten hebben China van hem “bevrijd” en Chang week uit naar Taiwan. De onderhandelingen voor de machtsoverdracht werden in een van de gebouwen gevoerd.  Net als bij de Verboden Stad in Peking, wandelen de bezoekers over de centrale galerij die de gebouwen verbindt. In de gangen daarvan word je bijna door de opdringerige Chinezen gemangeld, terwijl in zijgebouwen stilte heerst.

Daar was ook een fototentoonstelling met Engelse teksten. Zo zag ik een fiets met een grote zak bankbiljetten aan het stuur die volgens de tekst niet voldoende waren voor een liter rijst. Net als Duitsland heeft China een hollende inflatie gekend. Dat was tussen 1945 en 1949 toen de strijd om de macht tussen Kuomintang en communisten het land verscheurde.

P1020620 (Large) (2)

Terug naar de actualiteit. Morgen en de komende dagen ben ik in Suzhou, de stad waar Frances en haar man wonen. Daarna is het nog een kleine honderd kilometer naar Shanghai, dat ik al op de borden heb zien staan. Nominaal is de stad al bij me.

P1020641 (Large)

Volgens de Chinese maankalender is vandaag de herfst begonnen. Binnenkort hoop ik van het najaar over te stappen op de nazomer.

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (15)

Door Jan: 30/07/16

Eerst wat fietsfeiten. We zijn aangekomen in de provincie Anhui en zitten even ten NW van Anqing. Ik heb er 4300 km op zitten. Over achttien dagen moet ik in Shanghai zijn. Vanwege de hitte slaan we het been al om 05:00 uur over het zadel. Als de roze vingeren der dageraad boven de heuvels uitsteken, is het na een kwartier dag. Het is dan 28 graden en in de middag komen er tien of meer bij. “Feels like 49” zegt het weerbericht. Voordat het zover is, bieden hotelkamers de verlangde koelte. Het warme weer houdt aan.

Er is een gedicht van Marsman (Seine-et-Marne, 1927), waarin een jonge man in de ochtend aan zijn vriend die al buiten staat vraagt “Is de zon wit of grijs?” De uitleg die ik eens hoorde was, dat het op een dag met een witte zon helder was en met een grijze wat nevelig, met veel water in de lucht. Dat voorspelde in het laatste geval een benauwde, plakkerige zweetdag. Een weerman zal aan deze wijsheid weinig hebben, maar ik moet er dagelijks aan denken. Als al vroeg het zweet in mijn handen staat, hebben we een grijze zon boven het hoofd.

Fietsgenote Frances vertelde dat bij veertig graden er een hitteverlet geldt voor buitenwerkers en dat betekent dat velen zich in de schaduw of onder een fan kunnen uitstrekken, terwijl het loont toch wordt uitbetaald. Daar houden werkgevers niet van en met de lagere overheden zijn ze selectief blind voor de thermometer.

Als we in de ochtendschemering door de stad fietsen, zijn de straatvegers al begonnen. Ze hebben oranje werkkleding en hun bezem is een bundeling twijgen. Ze maken kleine hoopjes vuil aan de stoepranden die ze later in hun vuilniswagentje deponeren. Op de ventwegen doen oudere mensen iets wat op jogging lijkt. Flink doorstappen met forse armbewegingen. Mannen met ontbloot bovenlijf. We rijden kleine bakfietsen voorbij waarop fruit of deegwaren liggen om op een straathoek te verkopen. Bij een straathoek zit wel eens een oude vrouw op een krukje haar wereld te bekijken. Van de brommers die ons tegemoet komen of inhalen hebben de meeste de verlichting niet aan. Het overige verkeer bestaat uit vrachtwagens die rammelen en kletteren over de hobbels in het wegdek. Bij kruisingen negeren we de verkeerslichten, zoals de meeste Chinezen dat doen. Een schetterende claxon komt van de vele kleine autobussen die altijd haast hebben. Hier en daar trekt een winkelier met veel geraas het rolluik van zijn zaak op en kijkt de straat in. De Chinese dag is begonnen.

In Wuhan heb je een prachtig uitzicht over de Yangtse vanaf de Gele Kraanvogeltoren.

P1020501 (Large)

Je bent dan in Wuchang en kijkt uit op de twee andere steden die met elkaar sinds 1927 Wuhan zijn gaan heten. Dat “han” kennen we allemaal van de benaming “hanchinezen”, maar het is hier de naam van een rivier die aan de overkant in de Yangtse stroomt. Hankou (foto) betekent monding van de Han. De andere stad is Hanyang.

P1020492 (Large)

We zijn ook eerste brug (1957) opgereden waar Ruben Terlou enkele maanden geleden over berichtte. Een plek voor de laatste wanhoopsdaad.

 

P1020500 (Large)

Nog steeds zijn er oudere mannen die met een clubje de Yangtse overzwemmen, zoals Moa dat ook eens deed. Het kaartje dat je koopt om met de lift naar de straat onder de brug te komen, herinnert daar aan.

P1020502 (Large)

Wuhan telt 10 miljoen inwoners en er komen er nog velen bij. Als je denkt de stad uit te zijn, komen er steeds clusters van nieuwe woontorens in zicht die bij de stad horen. Ons ministerie van onderwijs zat vroeger aan de Nieuwe Uitleg 1. Grappige naam voor zo’n ministerie. Buiten Wuhan fiets je van de ene nieuwe uitleg naar de andere. Brede asfalt boulevards met beplanting, verkeersborden, en -lichten. Er schoot af en toe een hoge snelheidstrein voorbij  over een spoor op hoge poten, terwijl er gewerkt wordt aan een metro. Wij waren het enige verkeer daar. Vervreemding, absurdia in urbania. We zouden stranden: waar de weg onder een snelweg duikt, stond water. We moesten terug voor een omweg van 40 km. Aardige Chinezen die werkten bij een brug boden ons een lift aan en later zelfs een lunch. Amecitia in China.

P1020480 (Large)

Flauwe woordgrap: de meeste Chinezen zitten achter de tralies. De ramen zijn ervan voorzien, vaak met een kooiconstructie waarin de was kan hangen. Ja, zegt Frances, dat is tegen diefstal. En kinderen kunnen niet uit het raam vallen. Voor dat laatste lijken me eenvoudiger voorzieningen denkbaar. Ook ramen van hotelkamers hebben tralies. Als er brand uitbreekt en de vlammen slaan door gangen en trappenhuizen, zit je wel als een rat in de val. Bovendien roken Chinezen vaak. Daar had ze nog niet zo bij stil gestaan.

Een vreemde op de fiets. Hoe vind je zoiets? Een ouder echtpaar passeert me op een scooter. Man kijkt om. Zegt iets tegen zijn vrouw. Zij kijkt om. Scooter stopt aan de kant. Ik kom voorbij. In mijn spiegeltje zie ik dat de scooter even blijft staan en weer optrekt. Ik hoor hem aankomen en blijft gewoon voor me uitkijken. Het stel passeert me heel langzaam. Kijken, kijken… Curiosa in China.

Qianshan, Anhui, China, 29 juli 2016

Tags:

Van Bangkok naar Shanghai (14)

Door Jan: 22/07/16

Ach lieve lezeressen en lezers, ik hem hem gezien die machtige stroom door het Chinese land, de Yangtse. Ik kan nu gerust gaan naar het einde. Van mijn tocht. Op 21 juli om 07.45 spurtte ik een dijk op en daar was-ie dan. De Chang Jiang zoals de Chinezen hem noemen, wat gewoon “lange rivier” betekent, maar die voor ons zo’n bijzondere klank heeft. De Yangtse hebben we 55 km over de dijk gevolgd. Hij is zeer breed. De Waal kan er een paar keer in. Opvallend is hoeveel zeeschepen er varen, zo ver landinwaarts. We hadden een prachtige zomerdag met de wind in de rug en zo zeilden we door de “geweldige ruimte” van het “oneindige laagland” (Marsman). De kennismaking kon niet beter zijn.

P1020468 (Large)

Telkens fietsten we na enkele kilometers langs een blauwe tent. De hoge waterstand maakte dijkbewaking nodig, maar het mooie zomerweer liet wat anders zien dan bewaking. In de tent zaten de bewakers te kaarten, thee te drinken of lagen gewoon op bamboe banken te slapen. We bezorgden een groep van vijf even wat afleiding toen we bij ze stopten. We kregen limonade en een stuk meloen.

P1020473 (Large)

We waren die ochtend vertrokken uit Yueyang dat aan de oostkant van een groot merengebied ligt, dat de naam heeft gegeven aan twee provincies. “Hu” staat voor “meer” en “nan” voor “zuid”. Dus Hunan. Aan de noordkant van de meren ligt Hubei, “bei” betekent “noord”, net als in Beijing. Dat meer heet Dongting en wordt gevoed door vijf rivieren, waarvan de Yangtse de belangrijkste is. In de zomermaanden bereikt het meer zijn grootste omvang. Het hele gebied tussen Changsha en Yueyang is rijk aan wateren en volgens de traditie zweeft nog steeds de geest van een dichter erboven. Die van Qu Yuan aan wie een drakenbootfestival is gewijd. Hij had zich verdronken in de Miluo met een zware steen uit protest tegen onrecht. Dat deed hij in 278 vóór Chr. Nog een bijzonderheid is, dat volgens archeologen de oorsprong van de rijstcultuur zou liggen aan de westzijde van het merengebied.

Het fietsen op de Yangtsedijk deed me meer plezier dan het bezoeken van huizen van bekende Chinezen. Mao ze Dong, Liu Shao Qi, Peng De huai en Yang Kaihui. De laatste was de tweede vrouw van Mao bij wie hij drie  kinderen had. Die hebben niet veel aan hun vader gehad, die meer bezig was met revolutie maken en andere vrouwen. Het huwelijk duurde zeven jaar.

P1020460 (Large)

De nummers twee en drie waren naaste medewerkers van Mao, maar werden op een pijnlijk en vernederend zijspoor gezet toen ze kritiek hadden op de hongersnood die het land tijdens “de grote sprong voorwaarts” teisterde met vele hongerdoden. Aan beiden bewijst het land postume eer en dat is de verdienste van Deng Xiao Ping. Volgens mij viel Mao niet op door een groot empathisch vermogen. Voor hem waren mensen vrienden voor zo ver hij ze kon gebruiken voor zijn machtspositie. Zelfs Zhou en Lai moest eraan geloven, toen Mao hem de medische behandeling onthield die hem een lijdensweg bezorgde in zijn laatste levensjaren. Misschien was Mao een autistisch konijn. Serieuzer is de vraag of hij psychopatische trekken had.

Mijn reisgenote Claire was al drie keer bij het huis van Moa geweest. Ze had als rode gardiste drie jaar lang de culturele revolutie gediend. De rode gardisten die van Mao een blanco volmacht hadden om alles maar te doen wat in hun ogen “revolutionair” was, hebben bij ons een slechte naam. Had Claire zich ook bezig had gehouden met kloosterboeken verbranden en foute mensen publiekelijk vernederen? Omdat ze vanwege rug- en knieklachten naar huis zou gaan, wilde ik de stemming niet verpesten met lastige vragen zo kort voor vertrek. Dus beperkte ik me maar tot de algemene vraag wat ze gedaan had, waarbij ook de taalbarriere niet bevorderlijk was voor de uitwisseling van informatie. Wat ze volgens dochter Frances had gedaan, was aanplakbiljetten met politieke leuzen verspreiden. Hm.

Het geboortehuis van Mao is een waar pelgrimsoord. Het bestaat uit twee werelden. Een toeristisch deel en een gewijd deel. Het eerste is de brede weg van een kleine vijf kilometer van het centrum van Shaoshan. Zeer veel horeca aan beide zijden van de weg. Parkeerplaatsen en busdiensten. Een Mao-museum en een documentatiecentrum. Als de toeristen uitstappen moeten ze een tunneltje door voor het tweede deel. Daar heerst een door de overheid beheerste gewijde landelijkheid die je ook in sprookjes kunt verwachten als je de massa’s mensen even wegdenkt. Om het Mao-huis te bezoeken moet je een kaartje kopen. Dan loop je een heel eind terug en schuifel je in lange lussen naar de man die de toegang tot het huis doseert. Is het dan eindelijk zo ver, dan is het dringen geblazen. De wachttijd is langer dan die van het huisbezoek.

P1020433 (Large)

De woning met verschillende kamers is groter dan een lemen hutje dat je soms nog langs de weg in Hunan ziet staan. Er is nog een tweede huis verderop dat streng wordt bewaakt. Wat daarvan de reden is weet ik niet. Wel herinner ik me van lang geleden een column van Nico Scheepmaker voor de GPD-bladen dat er twee Mao-huizen zouden zijn. Het echte en een replica en dat het publiek in het ongewisse zou blijven welke het echte zou zijn. De verdubbeling moest de enorme stroom belangstellenden sneller kunnen verwerken. Mijn indrukken bevestigen het niet.

Bij de vijf bezoeken die ik aan historische huizen heb gebracht, viel een detail op. Ze hebben kleine binnenplaatsen met een “impluvium” , een vijverachtige regenbak die de klassieke Romeinse villa’s ook hadden. Het wijst ook op een zekere welvaart, want voor een daglonershuisje hoef je dit niet te verwachten. Omdat de boorden van de regenbak overdekt zijn, kun je ook bij regen een luchtje gaan scheppen in je eigen huis. Ze geven vooral als ze wat groter zijn een prachtig ruimtelijk effect.

P1020441 (Large)

Nu ik het over regenwater heb. Onlangs liet RTL een filmpje zien waarin een aardverschuiving in Hunan een rijtje huizen wegvaagde. De oorzaak was oa. de lange en aanhoudende regenval. Daar hebben wij op bescheiden schaal ook kennis mee gemaakt. Op de weg van San Jiang naar het Dong-dorp telde ik over een afstand van 15 km 17 aardverschuivingen, de kleintjes niet meegeteld.

P1020251 (Large)

Rode aarde en rotsblokken die de weg telkens deels blokkeerden. Na forse regen heeft de Chinese waterstaat het maar druk. Toch rijst de vraag of bij de vele afgravingen er voldoende aandacht is voor de stabiliteit van de hellingen die overblijven. Laten de overheden bij de verstrekking van vergunningen ook al een ander soort modder schuiven?

 

 

Tags:
Oudere berichten »