Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Midden tot Onder (9)

Door Jan: 11/06/18

Van Midden tot Onder (9)
Over tien dagen is het hier in Australië de kortste dag. Als ik een hele dag op de fiets zit, is het zaak om op tijd te stoppen. De zon gaat om vijf uur onder en de toch al koele dag daalt al gauw onder de tien graden en de duisternis valt snel in.
Het is vandaag na vijf dagen trappen mijn eerste rustdag en wel in Lakes Entrance aan de oceaan.

Een van mijn vragen aan de hotelexploitant was of er verwarming was in mijn kamer. Hij ging me voor en zette een blaasapparaat op 30 graden. Ik was wat verkleumd en na 109 km gewoon moe. Ik voelde me een half uur later als in een sauna. De dag was koud begonnen. Een paar graden boven nul. Eerst vier kilometer rijden door mistbanken, maar daarna klaarde het op en was het ergste voorbij. Mijn hotelman in Morwell had gezegd dat de A1 naar Bairnsdale dé weg was met kangaroes. Pas na 26 km kwam het eerste waarschuwingsbord. Ik had eerder twee van die springbeesten gezien, maar dan dood aan de kant van de weg en voorzien van een rose kruis op hun vacht.

Ook nu zag ik er weer twee. Ook uitgesprongen. Het enige interessante dier dat ik die dag zag was een emoe. Voor het overige koeien, schapen en geiten. En dat tientallen kilometers lang. Er was een Billabong Road House waar ik koffie dronk om me op te warmen. Door de kou deed het me denken aan een koek-en-zopie.

De grootste zorg van de wegbeheerder lijkt de slaap die automobilisten dreigt op de monotone stukken weg. Er zijn parkeerplaatsen voor een powernap (“A 15 minute powernap can save your life”) en waarschuwingen dat een microsleep je kan doden.

De eindeloze landerijen aan beide kanten van de weg deden me denken aan Argentinië net als de vele eucalytusbomen. De hele grote zijn allemaal dood en strekken hun grijze takken nog ten hemel.
De eerste twee dagen moest ik nogal eens naar de weg vragen. Ik maakte gebruik van landelijke wegen die krullen maken langs de snelweg. Omdat ze alle door heuvelland gingen waren er vaak korte maar steile hellingen te nemen. Dat rijdt niet prettig als je niet zeker bent van de weg. In het plaatsje Barnum vroeg aan een bebaarde man bij een supermarkt hoe ik verder kon gaan naar Moe (ze zeggen hier Mau-ie). Hij hoorde onmiddellijk dat ik een Nederlander ben. Zijn vader kwam uit Veenendaal. Die was al in 1944 naar Australië gegaan en van daaruit naar Biak van Nieuw-Guinea waar hij zijn Australische vrouw had leren kennen. Hij heette (de) Blauw. Mijn gesprekspartner was zo aardig me even over de snelweg naar Moe te brengen met zijn pick-up. Toen ik dat zei, reageerde hij met “If it aint’t Dutch, it ain’t much”. Die zegswijze kende ik niet. Ze schijnt van zeer christelijke Nederlandse emigranten uit het Amerikaanse Michigan te komen, die laatdunkend spraken over de goddelozen.

De dag daarvoor had ik Drouin een nieuwe ketting aangeschaft in een zaak waar een jongeman een “opa” had die uit Winterswijk kwam. De fietsenmaker himself legde mijn oude ketting naast de nieuwe en liet me zien dat de versleten ketting twee schakels langer was geworden en daardoor niet meer “snug” op de grote tandwielen ligt en er ook bij terug schakelen makkelijker kan aflopen. Een nuttig fietsenmakerslesje!
Op mijn rustdag was de hemel strak blauw, de zon scheen mild en ik maakte een wandelingetje naar het strand en stelde vast dat de zee ook hier voortklotst in eindeloze deining. Volgens het weerbericht wordt er ver achter de horizon ander weer voor morgen voorgekookt. In de middag was de regenkans gedaald van 60 naar 40%. Dat geeft weer hoop. In het dorp heb ik handschoenen en een warme sjaal gekocht om me te wapenen tegen de koude ochtend op weg naar Orbost.
Lakes Entrance, Victoria, Australië
11 juni 2018

Tags:

Nog geen commentaren

Nog geen commentaren.

RSS feed voor commentaren op dit bericht. TrackBack URL

Sorry, the comment form is closed at this time.