Pagina's

Rubrieken

Archief

Diversen

Van Midden tot Onder (10)

Door Jan: 16/06/18

Van Midden tot Onder (10)
Na mijn laatste bericht ben ik weer ruim 300 km verder in het Australische land. Op 15 juni passeerde ik de grens van Victoria naar New South Wales.

Ik had de nacht ervoor geslapen in Orbost waar ik uitgeput van het vele klimmen aankwam. Mijn hotelkamer daar was meer een slaaphok. Een bed, een kast en een fonteintje.

Voor de badkamer en toilet moest ik zijn aan het einde van een lange gang. De eigenaresse had me gezegd dat even duurde voor het water uit de douchekop warm werd. Het duurde minuten alsof het nog uit Melbourne moest komen. Bij binnenkomst in mijn slaapvertrek moest ik onmiddellijk denken aan een schilderij van Vincent van Gogh: zijn kamer in Arles die hij drie keer heeft geschilderd. Een geel bed met rode deken, een paar rietenmatten stoelen, een kastje en schilderijtjes aan de wand. Hij had in 1888 meer meubilair dan ik. Of zijn matras ook doorzakte weet ik niet. De mijne wel. Ik was blij de volgende dag het Commonwealth Hotel achter me te laten. Terwijl ik in het keukentje mijn ontbijt klaar maakte, vroeg ik de man van de eigenaresse, hoe de weg naar Cann River was. Net zo op en neer als de vorige dag? O nee, de weg was “smooth and flat” en hij maakte er met zijn hand een strijkgebaar bij. Altijd prettig inlichtingen te krijgen van iemand die van wanten weet. Ik reed Orbost uit en het klimmen en dalen begon en zou niet ophouden voor mijn aankomst in Cann River. Dat die man met zoveel aplomb over de weg had gesproken speelde de hele dag door mijn hoofd. Waarom voorspelde hij zo’n makkelijke weg. Had hij het eigenlijk over het plaveisel (dat zeer goed was)? Dacht hij vanuit het perspectief van de automobilist of wilde hij gewoon aardig zijn voor zijn klant? In het laatste geval een verkeerde soort van “klantvriendelijkheid”. Wraak heb ik niet genomen, maar ik mag wel zeggen met een zekere voldoening antwoord te hebben gegeven aan andere hotelhouders die wel eens wilden weten wat ik van dat geval in Orbost vond. The truth and nothing but the truth…
Even na het verlaten van Orbost zag ik prachtige landerijen in het heldere ochtendlicht. Het land lag open en ik kon ver zien.

Dat veranderde al gauw en het grootste deel van de dag reed ik door bossen met veel eucalytusbomen die er met hun stukken schors onder aan de stam altijd een rommeltje van maken. Eens las ik ergens dat deze bomen veel water aan de grond onttrekken. Het wortelgestel leent zich ervoor.

Dat ik kon aan een wand van een afgraving in een mooi schema zien. Overigens, veel eucalyptusstammen zijn zwart geblakerd. Het is opvallend hoe vaak er bosbranden voorkomen. Die komen bij ons niet in het nieuws. Die in de voorsteden van Sydney wel.

Ik kwam zo uitgeput in Cann River aan dat ik besloot een dag te rusten. Het was ook “reculer pour mieux sauter” want voor de volgende dag had ik geen andere keus dan 110 km door niets te fietsen. In de tourist information office zei Susie me geen betrouwbare inlichtingen te kunnen verschaffen over de weg van morgen. Wel gaf ze me een schema van wat er langs de weg was. Kan ik in Genoa lunchen? I don’t know. Cann River is een kruispunt waaraan 180 mensen wonen die het vooral moeten hebben van toeristen die van en naar Melbourne komen en gaan. Susie was er niet opgegroeid, ze was geboren in Brooklyn, New York. Haar ouders waren zionisten. De vader kwam uit Rusland, de moeder uit Hongarije. Daar zat een interessante biografie in dacht ik, maar het was niet de gelegenheid Susie eens flink uit te horen. Wel heb ik haar beloofd mijn indrukken van de weg per email te beschrijven. Er waren down hills en lange vlakke stukken. Ik verheugde me erop dat ik nog voor zonsondergang bij mijn hotel in Eden zou kunnen afstappen. Het venijn zat in de staart. De laatste 25 km waren zwaar. In de duisternis moest ik klimmen en dalen op een bochtige weg waarop automobilisten het niet altijd nodig vonden hun lichten te dimmen. Ik heb leukere stukken gefietst… Kort voor dit lastige stuk begon, zag ik de eerste levende kangaroe. Met zijn elastieke benen hupte hij/zij weg achter de vangrail aan de overkant. Op dit moment staat de teller van dode kangaroes op 18.
Halverwege Cann River en Eden was de nederzetting Genoa. Daar bleek een café te zijn met de naam “Berlin”. Ik had de indruk dat het café niet meer operationeel was, maar ik werd binnen gelaten door een oud echtpaar, van wie de vrouw eine Berlinerin was. Ze liet niet veel over zichzelf los, maar gebruikte mij om haar afkeuring over Duitsers uit te spreken. “Immer die Schnauze voll, aber die machen nichts.” Ondertussen schreeuwde ze telkens dat Bärchen (de hond) zich kalm moest houden. Het dier werd tweetalig aangesproken. Curieus vond ik de kleine pijp die ze rookte. Er was ook dorpsroddel. Na een tijdje ziekenhuis, beweerde een vrouw van verderop dat ze” im Knast gewesen war.” Woont ze hier nog? Ja, leider. Ik kreeg toch nog een kop koffie en ik werd waardig gevonden een stukje in het gastenboek te schrijven. Toen ik weer opstapte kreeg de raad goed op het verkeer te letten en als ze gaan toeteren (hupen)…, en ze stak haar middelvinger op.
Ik heb het bord gefotografeerd waarop ik voor het eerst Sydney zag staan. Is dat nodig? Nee. Maar toch. Zo’n bord heeft een psychologische betekenis. Je tocht maakt vorderingen en het is of de verte ineens een stukje dichterbij is gekomen en dan ook nog met zo’n bekende wereldstad. Geen Warragul of Nowa Nowa.

Bega, New South Wales, Australië

16 juni 2018

Tags:

Nog geen commentaren

Nog geen commentaren.

RSS feed voor commentaren op dit bericht. TrackBack URL

Sorry, the comment form is closed at this time.